L.S.,
HILLARY JOHNSON, AUTEUR VAN OSLER'S WEB, verwelkomt u – patiënten, artsen, wetenschappers en eenieder die geďnteresseerd is in kwesties aangaande bio-politiek en medische ethiek – op OslersWeb.com, een website die is gewijd aan de pandemische ziekte die gedurende een kwarteeuw ‘chronisch vermoeidheidssyndroom’ is genoemd, en waarvan recentelijk een sterke statistische correlatie is aangetoond met infectie door het derde menselijk retrovirus: een gammaretrovirus genaamd ‘xenotropic murine leukemia virus-related virus’. Testen uitgevoerd door wetenschappers van het Whittemore Peterson Institute in Reno, Nevada, het National Cancer Institute in Fort Detrick, Maryland, en de Cleveland Clinic – waar XMRV vier jaar geleden werd ontdekt – hebben aangetoond dat 68 personen uit een cohort van 101 patiënten geďnfecteerd waren met XMRV, dit in vergelijking met slechts vier personen uit een gezonde controlegroep van 218.
Deze ontdekking in de controlegroep duidt erop dat 3,75 procent van de algemene bevolking (dat staat gelijk aan ruwweg tien miljoen Amerikanen) mogelijk XMRV-positief is. Een chi-kwadraat statistische analyse van deze gegevens wijst uit dat als je ‘cvs’ hebt, het praktisch onmogelijk is dat je niet geďnfecteerd bent met XMRV.
Wetenschappers in verscheidene landen en in de VS trachten momenteel deze ontdekking te repliceren, en te begrijpen wat het pathogene potentieel van XMRV is.
De studie in kwestie verscheen op 9 oktober 2009 in het blad Science. XMRV is tevens in verband gebracht met een agressieve vorm van prostaatkanker. Een studie in Japan heeft uitgewezen dat 1,7 procent van de Japanse bevolking XMRV-positief is.
Tot voor kort werd voor ‘cvs’, waarvan gedacht wordt dat zij wereldwijd meer dan 17 miljoen kinderen en volwassenen treft, weinig of geen geld voor biomedisch onderzoek vrijgemaakt door de nationale gezondheidsinstanties in de VS, het Verenigd Koninkrijk en andere ontwikkelde landen. Ik ben van mening dat de weigering van de kant van overheidsinstellingen – twee decennia lang – om deze ziekte te onderzoeken, de spreiding ervan te voorkomen en in te staan voor zorg op wetenschappelijke basis voor patiënten, neerkomt op medisch bedrog, dat de burgerrechten van hen die aan de ziekte lijden zijn geschonden en dat de gezondheid van huidige en toekomstige generaties in gevaar is gebracht. De verwaarlozing van deze publieke gezondheidscrisis door verschillende regeringen is in moreel opzicht onverdedigbaar.
OslersWeb.com is de begeleidende site bij mijn boek ‘Osler's Web: Inside the Labyrinth of the Chronic Fatigue Syndrome Epidemic’ uit 1996. Het is een veelomvattend, historisch verslag van de bio-politiek omtrent ‘CVS’ in de Verenigde Staten, en vangt aan met het in het leven roepen van de term ‘chronisch vermoeidheidssyndroom’ door de Centers for Disease Control, kort na de ziekte-uitbraak in Lake Tahoe, Nevada.
Ik ben zeer verheugd te kunnen melden dat, dankzij een getalenteerde vertaler uit Nederland, geselecteerde updates van Oslers.Web.com in het Nederlands zullen verschijnen. Momenteel zijn twee vertaalde updates te lezen op de website: ‘Sif-Sac, Wederom’, en ‘Vaarwel Havik’, beide artikelen handelen over de Amerikaanse Centers for Disease Control. Wij hopen dat deze vertalingen het onderling begrip en de communicatie zullen bevorderen tussen de Amerikaanse en Europese ME/cvs gemeenschap.
Graag wil ik u vragen, indien (van toepassing en) mogelijk, deze info te plaatsen op uw website/facebook pagina of forum.
Met vriendelijke groet,
Hillary Johnson
Auteur van ‘Osler’s Web. Inside the labyrinth of the Chronic Fatigue Syndrome epidemic’.
www.oslersweb.com
HET MOMENT VAN DE WAARHEID
Copyright © 2010 Hillary Johnson. All Rights Reserved. Het plaatsen van
dit materiaal op websites en in andere communicatiebronnen is niet
toegestaan. Gelieve in plaats daarvan de URL oslersweb.com te
gebruiken. Het materiaal op deze weblog mag slechts worden
verveelvoudigd of openbaar gemaakt met schriftelijke toestemming van de
auteur.
Ik zal geen poging doen om ieder detail van wat zich de afgelopen dagen heeft afgespeeld hier te ontleden en op te sommen. Er is veel geschreven, geblogd en becommentarieerd in ons land en in Europa, met name in Nederland, en in alle gevallen was het fascinerend en van essentieel belang.
Desalniettemin, aangezien de Centers for Disease Control – die immer vijandige en tartende, perifere afdeling van het federale gezondheidsapparaat – en topbureaucraten van de Public Health Service (of kunnen we het beter het Kremlin van Amerika noemen?) nu eigenmachtig een belangrijk onderzoeksrapport hebben teruggestuurd voor aanvullende beoordeling, vlak voordat het gepubliceerd zou worden, voel ik mij gedwongen om in dit weekend van 4 juli – waarin wij het ontstaan van onze democratie vieren – deze gebeurtenis van commentaar te voorzien.
En omdat we in een democratie leven, kan ik mijn observaties en opvattingen openbaar maken (door middel van de magie van het internet), zonder censuur of beperkingen en zonder gedwongen te worden uitspraken te doen die door overheidsambtenaren, of hun pr-personeel, voor mij zijn geschreven. Noch wordt mij door machtige personen die tevens mijn werkgever zijn verteld dat ik mijn woorden niet openbaar mag maken.
Het beloofde altijd al moeilijk te worden, maar wie had gedacht dat de overheid zo diep zou zinken, teneinde de reputatie van ’s lands meest vermaarde bureau voor ziektebestrijding te beschermen? Of teneinde de Grote Leugen met betrekking tot de ziekte die dit bureau heeft uitgevonden, ‘chronisch vermoeidheidssyndroom’, in stand te houden?
Nadat afgelopen week bekend werd dat een onderzoeksrapport dat de resultaten van het onderzoek van Lombardi e.a. van afgelopen oktober bevestigt, weldra gepubliceerd zou worden in het tijdschrift The Proceedings of the National Academy of Sciences, besloot een coterie van topambtenaren het te blokkeren door te eisen dat het teruggestuurd zou worden voor nog meer peer review (beoordeling door vakgenoten). Mij is door minstens één wetenschapper die ik als een insider beschouw verteld dat deze beslissing op z’n minst gedeeltelijk toe te schrijven is aan het hoofd van het National Institute of Allergy and Infectious Diseases, de ‘AIDS-tsaar’ Anthony Fauci, en aan het hoofd van de National Institutes of Health, Francis Collins, in samenwerking met bestuurders van de CDC. Het was Fauci, weet u nog, die de toenmalige directeur van de NIH, Harold Varmus, overhaalde om ‘cvs’ naar het Office of Women’s Health Research te verplaatsen, een afdeling zonder fondsen, laboratoria of de mogelijkheid om onderzoek naar de ziekte te financieren, waar zij sindsdien onbeheerd is weggekwijnd. Afgelopen mei heeft president Obama aangekondigd dat Varmus terug zal keren naar de NIH en directeur van het National Cancer Institute wordt.
Waarom heeft dit alles zich voorgedaan? Ogenschijnlijk omdat het rapport van de FDA en NIH het negatieve onderzoeksrapport van de Centers for Disease Control – dat tevens ter perse ging, zij het in een minder hoog aangeslagen blad, Retrovirology – krachtig tegensprak.
Waarom vormt dit zo’n groot probleem voor de Amerikaanse openbare gezondheidsdienst?
Staat u mij vooralsnog toe hierover te speculeren: als zijnde de eerste bevestiging/
replicatie van het oorspronkelijke onderzoeksrapport van Lombardi e.a., slaat het PNAS-rapport een gapend gat in de muur van stilte rondom deze massale ziekte-uitbraak en de verspreiding van een ongeneeslijk, AIDS-achtig virus onder de ‘gezonde’ bevolking. Mijn contactpersonen binnen de wetenschappelijke wereld beklagen zich erover dat Fauci, Collins en een stoet van CDC-bestuurders geen enkele andere beweegreden hebben dan het beschermen van hun reputatie. Zij voeren aan dat als deze mannen een manier kunnen vinden om een onderzoeksrapport tegen te houden dat het overheidsbeleid van de afgelopen vijfentwintig jaar en de propaganda met betrekking tot de ware aard van deze epidemie omverwerpt, zij dat zullen doen.
“Zo lang de mogelijkheid bestaat dat het hele CVS-verhaal bedrog zal blijken te zijn, of dat het op een of andere manier geen verband houdt met XMRV, zul je geen van deze diep verschanste bureaucraten binnen de openbare gezondheidsdienst zover krijgen dat zij zich voor de zaak inzetten,” zei een XMRV-onderzoeker van een vooraanstaande Amerikaanse universiteit onlangs tegen mij, enkele dagen voordat de blokkering van het PNAS-rapport algemeen bekend werd, en dit nog onwaarschijnlijk leek. “ Het doet er niet toe hoeveel mensen de ziekte nog op zullen lopen totdat het zover is. Het heeft geen invloed op hen. Het heeft geen invloed op hun inkomen, het heeft geen invloed op hun leven.”
Als dat zo is, en je hebt genoeg macht om informatie die aantoont dat Lombardi e.a. het bij het rechte eind hadden met betrekking tot de hoge mate waarin XMRV onder de algemene bevolking voorkomt te blokkeren, waarom zou je het dan niet doen – als je iemand zonder ethisch kompas bent? Zeker, in de vijfentwintig jaar die zijn verstreken sinds de zeer geruchtmakende uitbraak in Nevada, heeft met name Fauci nooit enige bezorgdheid getoond over het feit dat een miljoen Amerikanen, of meer, mogelijk ziek zijn als gevolg van een AIDS-achtige infectieziekte, noch heeft hij, sinds afgelopen herfst het Science-rapport uitkwam, laten zien dat hij zich ook maar in het minst ongerust maakt over het feit dat welk pathogeen het ook is dat deze ziekte veroorzaakt, zich mogelijk jarenlang heeft kunnen verspreiden.
In de tweede plaats wierp het PNAS-rapport onbedoeld de voor de hand liggende vraag op, en beantwoordde die ook grotendeels: is de CDC competent genoeg om XMRV te kunnen vinden of lukt het hen zelfs maar patiënten met deze ziekte te identificeren? Het antwoord op beide vragen luidt, en dat is niet verrassend: “nee.” Desalniettemin halen de conclusies waar het bureau tot komt voor hen de druk van de ketel, al is het maar voor even.
Tot slot geldt dat de auteurs van het PNAS-rapport, hoe eerbiedwaardig ook, afkomstig waren van de National Institutes of Health en de Food and Drug Administration. Beide auteurs hebben een verklaring getekend die in hun onderzoeksrapport opgenomen zou worden, waarin zij aangeven dat deze studie de twee onderzoeksbureaus niet officieel ‘vertegenwoordigt’. Toch vormden de gegevens in hun rapport simpelweg een te grote bedreiging van de status-quo. Bestuurders in de top van beide instituten lijken te hebben besloten dat de openbare gezondheidsdienst eenstemmig dient te zijn in deze, en aangezien de keuze aan hen was, hebben zij de voorkeur gegeven aan de gemakkelijke informatie van de CDC, niet de ongemakkelijke informatie afkomstig van de FDA en NIH.
Als het hier om fictie ging, zouden deze gebeurtenissen nog wel lachwekkend zijn, maar voor mensen die al een groot deel van hun leven ernstig ziek zijn als gevolg van een AIDS-achtige virale ziekte, alsmede de miljoenen mensen die geďnfecteerd zijn of wier lot het is geďnfecteerd te zullen raken, betekent het alleen nog maar meer ellende. Een andere bijzonder grote groep die momenteel door onze regering belangrijke informatie wordt onthouden zijn ouders van kinderen met autisme, alsmede mensen met prostaatkanker en lymfklierkankerpatiënten, groepen voor wie de informatie in dit onderzoeksrapport mogelijk van essentieel belang is.
Er is wel gespeculeerd dat de informatie die ieder moment gepubliceerd kon worden, nu mogelijk wijzigingen zal ondergaan, dat het onderzoeksrapport wellicht herschreven wordt. Met wat we inmiddels weten over de harde, onwetenschappelijke wijze waarop peer-reviewed wetenschap wordt gemanipuleerd door bestuurders in de hoogste regionen van onze overheid, valt deze aanname te begrijpen, zelfs als dit op mensen die niet bekend zijn met de geschiedenis van deze epidemie paranoďde overkomt. Natuurlijk is het, gezien de capaciteiten van de onderzoekers die bij de paper betrokken zijn, moeilijk voor te stellen dat de onderzoeksgegevens gewijzigd zullen worden – maar dat men nu het onvermijdelijke voor zich uitschuift, teneinde de Centers for Disease Control te beschermen, wat toch de enig mogelijke verklaring lijkt voor het terugtrekken van het onderzoeksrapport, is schandalig.
Een wetenschapper die bekend is met de informatie in het PNAS-rapport, heeft mij verteld dat de auteurs een verspreiding van XMRV-infectie hebben ontdekt in de door hen bestudeerde patiënten, die gelijk staat aan of zelfs groter is dan de besmettingsgraad (van 67%) die door de auteurs van het Science-rapport werd omschreven. Daar komt bij dat deze onderzoekers naar verluidt experimenten hebben uitgevoerd op nog meer bloedstalen dan de auteurs van het Science-rapport. Twee stalen waren afkomstig van patiënten die in het noordoosten van de Verenigde Staten wonen.
Alters collega, die hoofdonderzoeker is van de Food and Drug Administration, is een zeer gerespecteerde en ervaren wetenschapper. Mij werd zijn naam niet verteld, maar ik kon zijn identiteit wel raden omdat ik goed bekend ben met de geschiedenis van deze epidemie. Het gaat hier om Shyh-Ching Lo, die twintig jaar geleden een pathogeen agens, een met HIV verbandhoudend mycoplasma ontdekte. Indertijd werkte hij als wetenschapper aan het Armed Forces Institute of Pathology (het pathologisch instituut van de Amerikaanse krijgsmacht) in Washington. Meer recentelijk werkte hij aan het Center for Biologics Evaluation and Research van de FDA (hier worden medische middelen getest die met behulp van biotechnologie ontwikkeld zijn).
Omdat ik het gerucht had opgevangen dat het onderzoeksrapport van Lo en Alter mogelijk geblokkeerd zou worden, trachtte ik op 14 juni jl. dr. Lo te spreken te krijgen. Hierop ontving ik een vriendelijke e-mail, die echter afkomstig was van de directeur van het communicatiebureau van het Center for Biologics Evaluation and Research, waarin die verklaarde dat, aangezien dr. Lo’s onderzoeksrapport niet gepubliceerd was, een gesprek hierover ‘voorbarig’ zou zijn.
Iemand anders die aan dit onderzoek heeft meegewerkt is natuurlijk Harvey Alter van de NIH. Alter lijkt om verschillende redenen een opmerkelijk man. Zijn activiteiten met betrekking tot non-A, non-B hepatitis leidden ooit tot de ontdekking van het hepatitis C-virus, met als resultaat dat dit virus niet langer door middel van bloed werd overgedragen, wat mogelijk honderdduizenden nieuwe ziektegevallen heeft helpen voorkomen in de jaren die volgden. Alter ontving voor zijn inspanningen de Distinguished Service Medal, de hoogste prijs die aan niet-militairen in dienst van de Public Health Service wordt toegekend. In 2000 ontving Alter de Albert Lasker Award voor klinisch onderzoek.
Om deze gebeurtenis luister bij te zetten zei John Gallin, destijds klinisch directeur van het Warren Magnusen Clinical Center van de National Institutes of Health, en een collega van Alter, in 2000 het volgende over hem: “Hij is de perfecte klinisch onderzoeker. Hij heeft een toonaangevende rol gespeeld bij onze inspanningen de bloedvoorraad veilig te maken, en zijn onderzoeken hebben bijgedragen aan het praktisch elimineren van de overdracht van hepatitis door middel van bloedtransfusies in de Verenigde Staten.”
Momenteel is Alter Hoofd Klinische Studies van de Infectious Diseases and Immunogenetics Section (afdeling infectieziekten en immunogenetica) van het Department of Transfusion Medicine van het NIH Clinical Center in Bethesda.
Op of rond 10 juni jl. stuurde een van de mensen die aan de studie van de FDA en NIH had meegewerkt een briefje aan een collega. In zijn geheel bezien, licht dit een tipje van de sluier op over hoe onze overheid met de verontrustende wetenschappelijke bevindingen uit het onderzoeksrapport van Lo en Alter verkiest om te gaan. Zonder enige omhaal maakt dit bericht melding van het volgende:
1) Voordat het onderzoeksrapport van Lo en Alter voor publicatie in PNAS werd goedgekeurd heeft het uitgebreid peer review ondergaan, de auteurs geloofden dat dit het rapport zou versterken. De drukproef (de definitieve of praktisch definitieve versie van het rapport) werd daarna teruggestuurd naar de redactie van PNAS om te worden gepubliceerd.
2) Drie maanden eerder (waarschijnlijk in maart) waren de auteurs van dit rapport door wetenschappers van de Centers for Disease Control uitgenodigd om hun onderzoek toe te komen lichten. Hoewel de wetenschappers van de CDC de auteurs naar ieder detail van hun studie vroegen, alsmede een volledige omschrijving van de door hen gehanteerde wetenschappelijke methodologie, koos men ervoor om Alter en Lo niet in te lichten over het feit dat op dat moment een negatieve studie van de CDC ter perse ging. Toen de auteurs zeer recentelijk deze informatie ter ore kwam, waren zij dan ook verrast.
3) Op of rond 9 juni jl. werden de auteurs van het onderzoeksrapport van de FDA en NIH, samen met de CDC, door topambtenaren van de openbare gezondheidsdienst – en de schrijver van het briefje zet het volgende woord tussen aanhalingstekens: ‘gevraagd’ – om de publicatie van hun onderzoeksrapport uit te stellen.
4) De auteurs van de PNAS-studie hadden een verklaring getekend die in het onderzoeksrapport zou worden opgenomen, dat hun studie de FDA en NIH niet ‘vertegenwoordigde’. Gezien dit feit, voert de schrijver van het briefje aan, zouden zowel het onderzoeksrapport van de CDC als dat van Lo en Alter gepubliceerd en geëvalueerd moeten mogen worden, en nagevolgd door andere wetenschappers; binnen de wetenschap is het gebruikelijk dat verschillende onderzoekers tot verschillende conclusies komen en het belemmeren van dit proces staat simpelweg gelijk aan het belemmeren van de wetenschappelijke voortgang.
5) Tot slot spreekt de schrijver van het briefje zijn oprechte bezorgdheid uit over het feit dat een dergelijke actie van de kant van ambtenaren van de Public Health Service de gezondheidsdienst in een kwaad daglicht zou kunnen stellen, mocht dit ‘precedent’ – een ontwikkeling die hij een ‘totale verrassing’ noemt – de wetenschappelijke gemeenschap en patiëntenorganisaties ter ore komen.
Achtergronden
Ik kan me voorstellen dat Harvey Alter nooit had kunnen bedenken dat wat hij eind mei in Zagreb (Kroatië) tijdens een besloten wetenschappelijke bijeenkomst over bloedtransfusiekwesties heeft gezegd, terecht zou komen in een persbericht van Ortho, een Nederlands blad voor alternatieve geneeskunde. Of dat zijn dia’s, waarin hij een deel van de onderzoeksgegevens uit het Lo-Alter XMRV-rapport presenteerde (onderaan de Engelstalige versie van dit blog vindt u de link) op het internet terecht zouden komen, maar dat is precies wat nu is gebeurd. ESME, de European Society for M.E., bepaald geen halfzachte patiëntenbelangenorganisatie, verspreidde het persbericht en de link naar Alters dia’s zelfs onmiddellijk door heel Europa.
Ondernemende journalisten van Ortho hebben de afgelopen paar maanden strijdlustig verslag gedaan van het XMRV-verhaal, en hierdoor hebben zij de aandacht getrokken van de reguliere media in Nederland. Toen de reporters van Ortho hoorden dat de AABB (een particulier genootschap van bloedbanken waarbij 80 landen aangesloten zijn, inclusief bijna alle bloedcentra in de VS) had aangekondigd dat CVS-patiënten ‘afgeraden’ moet worden om bloed te geven, rees bij hen het vermoeden dat nieuwe informatie in aantocht was en slaagden zij erin een PDF-bestand van Alters dia’s te bemachtigen.
Alter berichtte in Zagreb dat de Food and Drug Administration en hij ‘afzonderlijk van elkaar’ de bevindingen van het in oktober 2009 in Science verschenen rapport van Lombardi e.a. hadden bevestigd. Hij merkte daarbij op dat in zijn onderzoek de besmettingsgraad in de gezonde controlegroep tussen 3 en 7 procent lag, mogelijk een twee keer hogere besmettingsgraad dan door Lombardi, Mikovits, Ruscetti e.a. was ontdekt.
Het aantal Amerikanen met een latente XMRV-infectie werd door Lombardi e.a. geschat op tien miljoen, ofwel 3,75 procent van de algemene bevolking. Hoe ziet een groep van tien miljoen mensen eruit? Stel je alle inwoners van Los Angeles, Chicago, Houston and Philadelphia voor, op één plaats verzameld. Als echter het aantal geďnfecteerde personen in de gezonde controlegroep zeven procent bedraagt, ofwel ongeveer twintig miljoen, voeg dan aan het mentale plaatje nog de voltallige bevolking van New York en Phoenix toe.
Dat zijn dan twintig miljoen mensen die geďnfecteerd zijn met een retrovirus dat niet alleen in bloed is aangetroffen, maar ook in speeksel, keeluitstrijkjes en bronchiale afscheiding (voor een verwijzing naar dit onderzoeksrapport, dat in juni 2010 uitkwam en geschreven is door een Duitse wetenschapper, zie het adres onderaan de Engelstalige versie van dit blog), anders gezegd: mogelijk het meest besmettelijke humane retrovirus waarvan het bestaan bekend is. In theorie, zo niet in de praktijk, zou ieder van deze twintig miljoen ogenschijnlijk ‘gezonde’ mensen te allen tijde het virus kunnen verspreiden en in staat zijn mensen in hun omgeving te besmetten.
Wetenschappers die betrokken zijn bij het onderzoek naar XMRV, hebben vanaf het begin gespeculeerd dat de besmettingsgraad van XMRV, of eventuele varianten van XMRV, onder de bevolking mogelijk regionaal of geografisch gezien uiteenloopt. Het is niet ondenkbaar dat een onderzochte groep in het noordoosten van de VS een hogere concentratie XMRV-infecties laat zien dan bijvoorbeeld groepen afkomstig uit plattelandsgebieden. Maar tot verder epidemiologisch onderzoek naar XMRV is gedaan, kunnen wetenschappers hier slechts naar gissen.
Uitgaande van zijn diapresentatie lijkt Alter, en dat is niet verrassend gezien zijn voorgeschiedenis, een voorstander van een proactieve houding ten opzichte van pathogenen in de bloedvoorraad. Al in het begin van zijn praatje presenteerde hij een citaat uit 2006, dat was overgenomen uit het blad Transfusion:
Bloedtransfusie kent elementen die kenmerkend zijn voor complexe systemen… en dit proces is zeer gevoelig voor zelfs kleine, perifere verstoringen – zie bijvoorbeeld de oorsprong van HIV, Boviene Spongiforme Encefalopathie (BSE) of de consequenties die het opduiken in New York van vermoedelijk één met West-Nijlvirus besmette mug had voor bloedtransfusies in de VS. William Murphy
Transfusion 2006;46:2011-13
“De informatie in het onderzoeksrapport van Lombardi e.a. die in Science gepubliceerd werd, is bijzonder robuust en vermoedelijk waarheidsgetrouw, ondanks de controverse,” zo luidde een van de uitspraken die in Alters dia’s in Zagreb waren opgenomen. Hij noemde XMRV het Agent de Jour – enigszins een understatement. “Hoewel overdracht naar mensen via bloed niet bewezen is, is het wel waarschijnlijk,” voegde hij daaraan toe. Nadat zijn dia’s openbaar waren gemaakt, bevestigde Alter tegenover de verslaggevers van Ortho dat het XMRV-rapport van de FDA en NIH op korte termijn gepubliceerd zou worden.
***
Zou er paniek uitbreken als de gemeenschap daadwerkelijk van deze feiten afwist en hoe zou die paniek eruit zien, hoe zou zij zich manifesteren? Is er aantoonbare paniek geweest met betrekking tot het olielek van BP of de opwarming van de aarde, twee andere gebeurtenissen die van grote invloed zijn en zullen blijven op het leven van Amerikanen en mensen wereldwijd? Tot dusver moeten wij het antwoord op de eerste vraag schuldig blijven, aangezien topambtenaren van de Public Health Service er voorlopig in geslaagd zijn deze informatie te begraven.
Op dit moment kun je je afvragen of de bureaucraten van de openbare gezondheidsdienst misschien in paniek zijn. Hoe lang denken zij deze informatie nog achter te kunnen houden? En denken zij dat zij ongestraft de reputatie en geloofwaardigheid kunnen besmeuren van een winnaar van de Laskerprijs – vaak omschreven als de Nobelprijs van de geneeskunde – en van iemand als Shyh-Ching Lo, een topwetenschapper in dienst van de overheid?
Het feit dat het bureau heeft toegegeven dat het zijn eigen onderzoek drie weken heeft opgeschort, bij wijze van ‘strategisch oponthoud’, is typerend voor de CDC. Waarom zegt men niet gewoon: “Wij besloten dat wij onze gegevens nogmaals wilden controleren?” Je verprutst zoiets niet door het gebruik van woorden als ‘strategisch’, tenzij je slechts pretendeert objectieve wetenschappers te zijn.
Stephan Monroe van de CDC raakt verstrikt in wat leugens om bestwil lijken, wanneer hij uitlegt dat het ‘strategisch oponthoud’ werd ingelast nadat de CDC begin juni hoorde dat een onderzoek van de FDA en NIH tot tegengestelde bevindingen kwam, zo rapporteert Heidi Ledford, een journaliste van Nature News. Ergens rond die tijd moeten de uitspraken die Alter in Zagreb had gedaan, na een reis om de halve wereld, Atlanta hebben bereikt. Maar de wetenschappers van de CDC wisten wat zij konden verwachten toen zij Lo en Alter in maart – of ergens rond die tijd – ontmoetten; het waren Alter en Lo, niet de CDC, die een verrassing te wachten stond.
Tenslotte vraag ik me af hoe veel langer de politici en gegevensgoochelaars in Atlanta deze schertsvertoning, waarbij zij zichzelf opwerpen als ‘internationaal toonaangevend kenniscentrum’ met betrekking tot deze ziekte, nog denken vol te kunnen houden?
Twintig jaar geleden heeft de CDC mogelijk de kans gehad om miljoenen nieuwe besmettingen te voorkomen toen Elaine DeFreitas, een retroviroloog van het Wistar Institute, het bewijs voor het bestaan van een retrovirale infectieziekte aan hen presenteerde. Het door haar geleverde bewijs was ruimschoots voldoende om het ‘bureau voor ziektebestrijding’ op weg te helpen bij het identificeren van een nieuw infectieus agens in een betrekkelijk nieuwe ziekte. Als er destijds competente onderzoekers bij betrokken waren geweest, en als men het gekonkel achterwege had gelaten, dan was het mysterie rondom deze epidemie wellicht in 1991 ontrafeld. In plaats daarvan kozen bestuurders van het bureau ervoor hun figuur te redden, de zaak te verdoezelen en – zoals velen die hun inspanningen van nabij hebben gadegeslagen in de loop der tijd hebben onthuld – te verknoeien, dit alles in willekeurige volgorde.
De retroviroloog van de CDC die twintig jaar geleden het labwerk verrichtte was niemand minder dan Walid Heneine, iemand die op zeker ogenblik gedreigd had ontslag te nemen bij de CDC als hij gedwongen zou worden om aan dit project mee te werken – hij voelde zich gekleineerd, en wel omdat hij aan chronisch vermoeidheidssyndroom moest werken binnen een instituut waar de ziekte al bijna tien jaar lang een bron van hilariteit was – en die op een ander moment, tijdens een telefoongesprek met DeFreitas, woedend tegen haar was uitgevallen.
Het is geen staatsmisdaad een zak te zijn. Toch breng ik deze geschiedenis terloops ter sprake, teneinde de volgende vraag te kunnen stellen: waarom zou je in hemelsnaam, twintig jaar later, Walid Heneine voor de tweede keer vragen het labwerk te doen? Konden ze echt niemand anders vinden?
Anderen hebben reeds de redenen opgesomd waarom het onderzoeksrapport van de CDC geen steek houdt, waarbij zij alles vermeldden; van de selectie van ‘patiënten’ tot overduidelijke problemen met de methodologie. Ik zal hier niet uitvoerig bij deze kwesties stilstaan. Wel wil ik eraan toevoegen dat afgelopen september, kort nadat het Science-rapport – dat XMRV identificeerde als een infectueus humaan pathogeen dat veel bleek voor te komen bij een groep zeer, zeer zieke volwassenen en kinderen – was gepubliceerd, Heneine’s baas, William Switzer, voorstelde samen te gaan werken met Judy Mikovits en Ila Singh. Laatstgenoemde is onderzoeker aan de University of Utah en heeft publicaties op haar naam staan aangaande XMRV en het mogelijk verband met prostaatkanker. Singh heeft haar eigen methoden ontwikkeld om XMRV in bloed te vinden; Mikovits en haar team hanteren andere methoden. Switzer stelde voor dat zij drieën zouden trachten XMRV te vinden in bloedstalen afkomstig van een en dezelfde groep patiënten, en dus stuurde Mikovits Singh en Switzer bloedstalen die zij zelf reeds positief had bevonden. Singh wist, met behulp van haar eigen methoden, het merendeel van de positieve stalen te identificeren, Switzer bleek, zijn methoden gebruikend, niet in staat om ook maar één positieve staal te identificeren.
Mikovits had hier nog iets aan toe te voegen: “Het gaat hier om de ergste openbare gezondheidscrisis in de geschiedenis van ons land en de overheid heeft het recht niet de publicatie (van dit rapport) tegen te houden.”
***
In 2006 organiseerden de Centers for Disease Control een persconferentie in het National Press Building in Washington D.C., teneinde de oorzaak van de ziekte bekend te maken: CVS, zo beweerde het bureau, is een vaag omschreven genetische predispositie, als gevolg waarvan iemand niet is staat is met stress om te gaan, terwijl – en dit is even vaag omschreven – misbruik in de vroege kindertijd er tevens een aandeel in heeft. Het bureau hield vol dat 80 procent van de mensen de diagnose nog moest krijgen of zelfs nog geen medische hulp had gezocht, en dat het van belang was de diagnose gesteld te krijgen om behandeld te kunnen worden.
Wat – met antipsychotica zeker? Deze persconferentie was een regelrechte aanval, waarbij de Grote Leugen werd opgepoetst en aan de hand van een nauwkeurig opgesteld draaiboek aan de landelijke media werd opgediend. (En, zou ik er aan toe willen voegen, het was een vorm van haat zaaien).
De persconferentie kreeg destijds veel aandacht in de reguliere media, en de gevolgen laten zich raden. Één verslaggever echter, Jocelyn Kaiser, die schreef voor het tijdschrift Science, leek in haar artikel te willen zeggen: “Wacht eens even, niet zo snel.” Ik heb Science destijds een brief geschreven om Kaiser te prijzen, alsmede haar redacteuren, vanwege het feit dat zij de putatieve wetenschap van de CDC niet zomaar slikten zonder zelf enig onderzoek te doen.
De
vindt u in de Engelstalige versie van dit blog.
De brief was getiteld: ‘Garbage In, Garbage Out’, en hierin voorspelde ik dat verdere wetenschap afkomstig van de Centers for Disease Control waarschijnlijk alleen nog maar meer GIGO zou opleveren, want om te beginnen was er het feit dat de wetenschappers van het bureau niet in staat waren (of onwillig) om ziektegevallen te identificeren. Het laat zich herhalen, en ik zou lezers van mijn blog willen aanmoedigen de brief die ik in 2006 aan Science stuurde te lezen, omdat het ernaar uitziet dat men vandaag de dag de situatie er nog beter in zal herkennen.
Link naar Nicole Fischer e.a., Xenotropic Murine Leukemia Virus-related Gammaretorvirus in Respiratory Tract’, juni 2010.
http://www.cdc.gov/eid/content/16/6/1000.htm
Link naar de dia’s die dr. Harvey Alter eind mei in Zagreb presenteerde:
http://www.sanquin.nl/ipfa/ipfa.nsf/Web%20Body?OpenFrameSet&Frame=Body&Src=%2Fipfa%2Fipfa.nsf%2Fv-HomePage%2F%24first!OpenDocument%26AutoFramed
Vondst Lombardi e.a. bevestigd door wetenschappers Amerikaanse overheid
Vandaag ontving ik een telefoontje van een onderzoeker aan een vooraanstaande Amerikaanse universiteit, die betrokken is bij het onderzoek naar XMRV. Hij is de tweede onderzoekswetenschapper die mij in de afgelopen twee weken heeft ingelicht over het feit dat weldra een zeer belangrijk onderzoeksrapport zal verschijnen waarin de resultaten van het op 9 oktober 2009 in Science gepubliceerde rapport – hierin werd het gammaretrovirus XMRV door de onderzoekers aan chronisch vermoeidheidssyndroom gelinkt, en werd tevens bewezen dat het virus besmettelijk is – gerepliceerd zijn. Bovendien is de nieuwe informatie mogelijk nog robuuster. Anders gezegd, het aantal met XMRV geďnfecteerde mensen onder chronisch vermoeidheidssyndroompatiënten ligt mogelijk aanzienlijk hoger. Daarbij is, uitgaande van deze nieuwe gegevens, het aantal stille dragers of latente infectiegevallen onder de algemene bevolking mogelijk maar liefst twee keer zo hoog als oorspronkelijk in Science werd gemeld.
De instanties die bij het nieuwe onderzoek betrokken zijn, zijn de Food and Drug Administration en de National Institutes of Health. Momenteel gaat het rapport ter perse bij een vooraanstaand wetenschappelijk tijdschrift. Aanvankelijk bestond er enige bezorgdheid over het feit dat de leiding van de Centers for Disease Control mogelijk zou trachten de publicatie van het rapport te blokkeren, door middel van het onder druk zetten van de redactie van dit tijdschrift. Mijn bron lachte hier vandaag om en voerde aan dat het magazine in kwestie dermate prestigieus is, dat een dergelijke poging informatie de grond in te boren erg lastig zou blijken te zijn.
Van de bij het nieuwe rapport betrokken onderzoekers heeft tenminste één reeds lang belangstelling in de etiologie van chronisch vermoeidheidssyndroom.
De wetenschappers die deelnamen aan het onderzoek zijn geheel onafhankelijk te werk gegaan van de auteurs van het baanbrekend rapport dat afgelopen oktober in Science stond.
Vandaag is tevens een Nederlands persbericht verschenen, getiteld: “FDA en NIH bevestigen ‘XMRV’ vondst.”
Dit is de link naar het persbericht (vertaald naar het Nederlands).
Persbericht uit Nederland: FDA en NIH bevestigen ‘XMRV bevindingen’
Gendringen, NL (MMD Newswire) 22 juni 2010— De FDA en NIH hebben onafhankelijk van elkaar de bevindingen met betrekking tot XMRV, zoals die oktober jl. in Science werden gepubliceerd, bevestigd. Deze confirmatie kwam van dr. Harvey Alter van de NIH, tijdens een besloten workshop over bloedtransfusies op 26 en 27 mei jl. in Zagreb. Twee verslaggevers van ORTHO, het Nederlands tijdschrift voor gezondheidsdeskundigen, die sinds een aantal maanden berichten over XMRV, zijn erin geslaagd een kopie van Alters lezing te bemachtigen.
In het nummer van Science Express dat op 8 oktober 2009 uitkwam, berichtte de Lombardi-Mikovits groep van het Whittemore Peterson Institute (WPI), de Cleveland Clinic en het National Cancer Institute (NCI) dat 67% van een groep van 101 patiënten met chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) geďnfecteerd bleek met het xenotropic murine retrovirus (XMRV). Slechts 3,7% van de 218 mensen in de gezonde controlegroep testten positief voor dit gammaretrovirus. Sindsdien zijn een aantal onderzoeksgroepen er niet in geslaagd deze resultaten zelfstandig te bevestigen.
Afgelopen vrijdag bracht de AABB (American Association of Blood Banks) een bulletin uit, met daarin de aanbeveling dat de bij haar aangesloten bloedbanken actief potentiële donors met een CVS diagnose dienen te ontmoedigen om bloed of bloedcomponenten te doneren. Deze tijdelijke maatregel was eerder voorgesteld door de interorganisationele XMRV werkgroep van de AABB. In deze werkgroep hebben vertegenwoordigers van verschillende overheidsinstanties zitting, waaronder de Centers for Disease Control and Prevention (CDC), de Food and Drug Administration (FDA) en de National Institutes of Health (NIH).
De invoering van deze maatregel wijst mogelijk op het bestaan van tot op heden ongepubliceerde informatie. De verslaggevers van ORTHO zijn erin geslaagd een pdf-document te bemachtigen van de lezing die Harvey Alter heeft gegeven tijdens de 17e IPFA/PEI Workshop over ‘Bewaking en Screening van door Bloedcontact Overdraagbare Pathogenen’ in Zagreb. De International Plasma Fractionation Association (IPFA) vertegenwoordigt non-profit organisaties van over de hele wereld die betrokken zijn bij plasmaopdeling. De IPFA is gevestigd in Amsterdam, Nederland.
De zeer ervaren dr. Harvey Alter is Hoofd Klinisch Onderzoek van de Afdeling Infectieziekten en Immunogenetica van het NIH Clinical Centre in Bethesda. “De informatie in het onderzoeksrapport van Lombardi e.a. die in Science gepubliceerd werd, is bijzonder robuust en vermoedelijk waarheidsgetrouw, ondanks de controverse,” zo luidde het commentaar op de XMRV vondst, zoals in Zagreb door Alter verwoord. “Hoewel overdracht naar mensen via bloed niet bewezen is, is het wel waarschijnlijk. Er bestaat een sterk verband met CVS, hoewel causaliteit niet bewezen is. XMRV en verwante MLVs bevinden zich in de bloedvoorraad, waarbij de prilste schattingen omtrent verspreiding op 3% - 7% komen. Wij (FDA & NIH) hebben onafhankelijk de bevindingen van de Lombardi-groep kunnen bevestigen.”
Ortho heeft dr. Harvey Alter vandaag benaderd voor een reactie. Hij wilde niet in het openbaar reageren, maar bevestigde dat binnenkort een onderzoeksrapport zal verschijnen.
ORTHO is een Nederlands tijdschrift voor gezondheidsdeskundigen, en concentreert zich voornamelijk op voeding en voedingssupplementen. ORTHO publiceert sinds 1988 over CVS. Hoofdredacteur: Gert E. Schuitemaker (PhD). Tel: + 31 (0) 315 695211 / + 49 (0) 170 808 9484. E-mail: ortho@orthoeurope.com.
Ik was tijdens het Memorial Day weekend in Chicago, voor de grote jaarlijkse Autism One conferentie. Stel je een IACFS conferentie voor, behalve dat er hier ongeveer vijf keer zoveel mensen zijn, misschien wel meer – laten we zeggen minstens 1000 op ieder willekeurig moment. Het duurt zes dagen en er zijn voordrachten van 7 uur ’s ochtends tot 6 uur ’s avonds, die plaatsvinden in enkele balzalen en in verschillende kleinere amfitheaters. Er liggen hier geen volwassenen, gelijk kadavers, op de vloer achterin de zaal. Niemand gebruikt een rolstoel. Het energieniveau lijkt de pan uit te rijzen (ongetwijfeld gevoed door het feit dat zich in het hotel een Starbucks bevindt waar je langs moet, op weg van A naar B).
Is het volgende niet geweldig: midden in de conferentie – op woensdag, de dag van mijn aankomst – vormde zich opeens een rij tourbussen bij de vooringang van het hotel, teneinde iedereen mee te nemen naar Grant Park – de plaats waar Obama in 2009 zijn acceptatierede heeft gehouden – om deel te nemen aan een demonstratie. Krijger Mamma’s (zoals zij zich noemen) en Krijger Pappa’s (idem), van wie er enkelen een T-shirt droegen met daarop een doodshoofd en gekruiste knekels, alleen waren de knekels hier injectiespuiten, werden ingeladen en gingen vervolgens gezamenlijk op weg om van hun vrijheid van meningsuiting gebruik te maken, zo luid en zo publiekelijk als maar kon. Ik weet het – het was slechts een droom, niet? Nee hoor. Zoals de aftiteling van films op tv vaak vermeldt: ‘Dit verhaal is gebaseerd op waargebeurde feiten’. Of, zoals een vroegere kennis van mij quasi-enthousiast placht uit te roepen wanneer een dergelijke aftiteling voorbijkwam: “O jongens, dit is echt waar gebeurd!”
Ik stond verbluft te kijken van de getoonde solidariteit tussen de Krijger Mamma’s en Pappa’s. Dit was geen eenheidssolidariteit, geen groepsgebeuren á la 1984, enkel duidelijke overeenstemming over wie er hier goed zat en wie fout. Dit was geen publiek dat collectief bezorgd leek over de vraag of zij gek of onbeleefd overkwam. Ze zijn gewoon woest en het kan ze niet schelen wie het hoort.
Ik ben nu reeds een paar jaar bekend met autismeactivisme. U misschien ook. Vaak heb ik gedacht dat als de Centers for Disease Control ooit ontmanteld worden (letterlijk of figuurlijk) vanwege hun wetenschappelijke wanpraktijken in de afgelopen 25 jaar, dit zal gebeuren door autisme Krijgers, niet door CFS-patiënten. Maar deze mensen zijn dan ook niet vreselijk ziek, de meesten althans – hun kinderen zijn ziek.
Tijdens een drukbezochte presentatie die georganiseerd was door Age of Autisme, een vier jaar oude website over alles wat autisme aangaat, begroetten de redacteuren van de website de aanwezigen met: “Welkom bij de rebellenliga.”
De rebellenliga? Stel je voor dat je dergelijke woorden bij een CFS-conferentie zou horen. De hemel verhoede het! Ik bedoel maar, binnen CFS bestaan geen rebellen, toch? Laten we vooral niet dwarsliggen of overheidsbureaucraten ongerust maken! Het probleem – realiseer ik me in toenemende mate – met een epidemie die door de overheid meer dan een generatie lang is weggemoffeld achter semantische spelletjes, propaganda en allerhande voorwendselen, is dat zoveel mensen die in de jaren ’80 ziek werden, inmiddels zijn overleden, en met zoveel nieuwkomers momenteel in de mix, lijkt het soms alsof nog maar weinigen zich kunnen herinneren of bijhouden op hoeveel verschillende manieren deze patiënten bedrogen en belogen zijn, en door wie. Het credo van de zondagsschool: “Braaf spelen, kinderen,” leeft nog immer voort, zelfs terwijl we opzettelijk in verwarring worden gebracht, terwijl ons leven wordt verwoest, terwijl er mensen sterven en ontelbare anderen het risico lopen hetzelfde te zullen ondergaan.
Ik voelde me zeker een vreemde eend in de bijt, wat alles alleen nog maar interessanter maakte. Ik heb tijdens deze conferentie veel mensen gesproken, en heb een aanzienlijk aantal wetenschappelijke presentaties bezocht, uiteraard ook die ene voordracht die ik in persoonlijk opzicht, en in de meeste andere opzichten ook, het meest vermeldenswaardig acht: die van dr. Judy Mikovits. Ik was van plan dit alles te beschrijven in een update op deze plek. En ik zou het noemen: ‘CFS—mag ik je voorstellen aan Autisme. Autisme— mag ik je voorstellen aan CFS’. Ik zal hier een poging toe doen, binnenkort. Maar op dit moment voel ik me gedwongen over iets anders te schrijven, iets dat ik van essentieel belang acht.
Ik zal het Trine Tsouderos – de verslaggever van de Chicago Tribune die op 7 juni jl. een schaamteloos kortzichtig artikel publiceerde over de wetenschappelijke doorbraak op het gebied van minstens één belangrijke infectieziekte die mensen invalideert en doodt – niet te zwaar aanrekenen dat zij een groot deel van haar carričre heeft doorgebracht als culinair journalist. In mijn jonge jaren was ik van mening dat culinaire schrijverij een lagere vorm van journalistiek was, zoiets als reisverslaggeving, waarbij reporters vaak snoepreisjes maken op kosten van luchtvaartmaatschappijen en ontspanningsoorden. Ik ben echter verstandig genoeg om eindelijk in te zien dat alle schrijven moeilijk is en dat ieder verhaal zijn eigen problemen met zich meebrengt, of je nu schrijft over Hugh Heffners bedrieglijke Playboy ‘imperium’ of over wapentuig van verarmd uranium in Irak, zoals ik deed voor Rolling Stone. Of dat je schrijft over saus gemaakt van pindakaasijs, zoals Trine deed (zie: Chicago Tribune, 31 juli 2008). (Ik durf zelfs toe te geven dat ik tegen het eind van de jaren ’70 voor Harper’s Bazaar een artikel heb geschreven over de zes beste Franse restaurants in New York, voor het geval u vindt dat ik hooghartig over kom). Eigenlijk wil ik Trine juist aanmoedigen, nee eerder smeken, terug te keren naar het schrijven over voedsel en zo nu en dan een consumentenstukje, zoals waar kunt u de beste autozitjes vinden voor uw (eigenlijk haar) kind, iemand aan wie ze vaak refereert in haar artikelen. (Een bevriende journaliste noemt dit ‘mammajournalistiek’, waarbij iemand haar carričre niet helemaal op kan geven voor het voltijds moederschap, en dus de twee maar samenvoegt, met sprankelende resultaten.)
Wanneer je gevolgd wordt door de Tribune Company, een bedrijf dat tien grote stadskranten en 23 televisiestations bezit – alle in belangrijke stedelijke
afzetgebieden, waaronder de Los Angeles Times, de Seattle Times en de Omaha World Herald, dagbladen die allemaal Trine’s artikel overnamen nadat het in de Chicago Tribune had gestaan, dan kun je maar beter je pr op orde hebben. Het zou jammer zijn als je toeliet dat jouw belangrijkste schat op barbaarse wijze werd afgebroken door een zelfverklaarde kwakbestrijder als Trine Tsouderos, terwijl een korte inzage van de zoekmachine van de Chicago Tribune toch volstaat om Trine’s dubieuze referenties te laten opduiken. Fouten maken is echter menselijk –
wie is er onschendbaar in dit opzicht? – en schijnbaar is het Trine gelukt dr. Judy Mikovits van het Whittemore Peterson Institute via e-mail en telefoon te stalken toen die door Europa reisde, zodat ze de benodigde buit al zo goed als binnen had nog vóór de conferentie zelfs maar begonnen was. Als ze al de moeite heeft genomen om Mikovits’ presentatie bij te wonen, dan valt dat niet op te maken uit haar verhaal. Het eindresultaat lijkt in feite een beetje op de afstraffing van Sarah Palin door Katie Couric van CBS op 24 september 2008, kort voor de presidentsverkiezingen, behalve dan dat Trine geen Katie is – de laatstgenoemde is waarschijnlijk de beste tv-interviewer van Amerika – en, zoals de meeste lezers hier wel zullen begrijpen, Judy Mikovits – de verpersoonlijking van Pasteurs conclusie: ‘Binnen de wetenschap, begunstigt het toeval alleen de voorbereide geest’ – is geen Sarah.
Wat een groot probleem vormt, is het feit dat Trine zich de laatste paar jaar moeizaam heeft proberen op te werken van voedselschrijver tot wetenschapsjournalist. Dus wanneer Trine niet schrijft over hoe zij ‘met een hoofd vol optimisme’ een restaurant binnenloopt, in de hoop op een goed maaltje, dan schrijft zij heel wat af over autismebehandelingen en autismeartsen. Zij luidt niet de noodklok over de explosieve groei aan ziektegevallen die zich de laatste twintig jaar heeft voorgedaan, hierbij plausibele verklaringen onderzoekend, noch brengt zij het deerniswekkend falen van de kant van de Centers for Disease Control en hun hulpje het Institute of Medicine aan het licht, waar het gaat om het ambitieus speuren naar deze ziekte, noch hun jarenlange huichelarij omtrent dit onderwerp.
In plaats daarvan heeft zij een serie artikelen gepubliceerd over artsen die voor autistische kinderen medische en diëtische protocollen aanraden die niet het zegel van goedkeuring van de Centers for Disease Control dragen; en verhalen over ouders die in hun onwetendheid deze therapieën aan hun hulpeloze, autistische kinderen opdringen.
Zoals bij alle kwakbestrijders het geval is, is Trine’s impliciete bestemming het beschermen van onnozele mensen. Helaas slaagt ze er daarbij niet in zichzelf voldoende kennis bij te brengen met betrekking tot de wetenschappelijke feiten omtrent of de geschiedenis van de onderwerpen waarover zij schrijft. Wat in haar verhalen volledig ontbreekt is enige context. En dat is typerend voor haar soort: kwakbestrijders houden zich absoluut niet bezig met ingewikkelde zaken. Nonchalant als ze zijn, nemen zij oppervlakkig de materie door, in de veronderstelling dat een overtuigend antwoord op zelfs de meest ingewikkelde medische vragen gevonden kan worden door simpelweg een arts met een titel van de meest indrukwekkende universiteit op te bellen – Harvard is wat dat betreft het summum – of de overheidsambtenaar met de hoogste salarisschaal. Is het zo verwonderlijk dat ouders van autistische kinderen, alsmede hun landelijke patiëntenorganisaties, gruwen van Trine Tsouderos? Trine heeft sinds zij haar kruistocht begon, nog geen enkele keer de kans aangegrepen het verhaal rond autisme goed te vertellen, en onder ouders van autistische kinderen is zij inmiddels berucht.
Hoe definiëren Trine (en journalisten van haar slag) kwakzalverij? Als zij een wetenschapper kan vinden, in dienst van een prestigieuze universiteit of de federale overheidsbureaucratie en aldaar in de hoogste invloedssferen verkerend, die aanvoert of zelfs maar erop zinspeelt dat iets kwakzalverij is, dan is het ook kwakzalverij. Een van de kenmerken van dit soort journalistiek is dat het zo makkelijk is – je hoeft van niets bijzonder veel af te weten als je op deze manier te werk gaat; daarnaast kun je een stevige controverse creëren en zo de aandacht op je vestigen. Een derde kenmerk is dat de ingeschakelde experts vaak even onkundig zijn met betrekking tot het onderwerp als de kwakbestrijder zelf. Zo is de strekking van Trine’s artikel bijvoorbeeld dat dr. Mikovits, met in haar kielzog het Whittemore Peterson Institute, bezig is antiretrovirale middelen te slijten aan een grote groep onwetende, niets vermoedende, vermoeide mensen.
Hoeveel mensen die dit lezen zijn aan de antiretrovirale middelen? Ik durf wel een gok te wagen: dat zullen er zeer, zeer weinig zijn, mede gezien het feit dat – zo heb ik begrepen – tot op heden minder dan 800 patiënten zich hebben laten testen op XMRV: er is daarbij geen informatie beschikbaar over het aantal positieve uitslagen. Trine’s enige bewijs met betrekking tot dit fenomeen is een uitspraak van een arts die momenteel zichzelf en haar dochter behandelt. Dat zijn tot dusver dus twee mensen, als ik goed heb geteld. Rest nog de vraag wie zich die medicijnen kan veroorloven – een van dergelijke middelen, Raltegravir van Merck’s, kost bijna $1000,- voor zestig pillen, de voorraad voor één maand – en daarnaast de vraag waar je een competente arts met verstand van infectieziekten kunt vinden, die bereid is CVS-patiënten te begeleiden. Trine staaft haar beweringen niet met feiten, nergens worden getallen vermeld; zij poneert simpelweg een stelling over iets waarvan zij aanneemt dat het een vreselijk gevaar inhoudt, zonder dat zij daadwerkelijk tracht te achterhalen of het aantal CVS-patiënten dat momenteel antiretrovirale middelen uitprobeert vijf, vijftig, 500, 5.000 of 50.000 bedraagt.
Als je af moest gaan op Trine, zou je er nooit achter komen waar de waarheid ligt. Desalniettemin oppert Trine dat we hier met een belangrijk en gevaarlijk probleem te maken hebben, dat de kop ingedrukt moet worden.
Verder blijft zij het antwoord schuldig op de vraag waarom sommige artsen met verstand van infectieziekten mogelijk geďnteresseerd zouden kunnen zijn in antiretrovirale therapieën voor deze ziekte, en verzuimt zij opvallend genoeg te vermelden dat recente wetenschappelijke onderzoeksrapporten het bewijs leveren voor de in-vitro effectiviteit van verschillende medicijnen bij het bestrijden van XMRV (bijvoorbeeld: “Raltegravir Heeft een Effectief Remmende Werking op XMRV, een Virus dat mogelijk een Rol Speelt bij Prostaatkanker en Chronisch Vermoeidheidssyndroom,” Plos One). De meest effectieve middelen hebben de benodigde tests voor het verkrijgen van goedkeuring door de Food and Drug Administration (FDA) voor toepassing bij mensen, glansrijk doorstaan. En zij leveren, zo maak ik op uit de actuele veiligheidsprofielen, slechts een minimaal risico op wanneer zij worden gebruikt in de door de producent aanbevolen dosering. Dit geldt met name voor Tenofovir van producent Gilead – een van de drie vermelde medicijnen – dat, in het kader van een gerandomiseerd, blind onderzoek met controlegroep waaraan in 2006 duizend mensen in Afrika deelnamen, aan HIV-seronegatieve vrouwen werd gegeven. De Gates Foundation had het onderzoek gefinancierd omdat men wilde weten of het gebruik van het medicijn tot onverwachte gezondheidsproblemen zou leiden bij deze HIV-seronegatieve vrouwen. “Uit het onderzoek zijn geen veiligheidsrisico’s gebleken met betrekking tot het gebruik van Tenofovir door deze specifieke groep West-Afrikaanse vrouwen. Onze specifieke interesse ging uit naar het mogelijk effect van Tenofovir op lever en nieren, maar er zijn geen significante verschillen vastgesteld qua lever- en nierafwijkingen tussen de Tenofovir-groep en de placebogroep. Ook waren andere bijwerkingen en gezondheidsafwijkingen tussen de twee groepen vergelijkbaar.” Hier vindt u de link.
Als Trine wist wat ze deed, of ook maar iets afwist van het onderwerp waarover zij zich ten doel heeft gesteld te schrijven, dan zou haar belangrijkste vraag luiden: waarom is de overheid er nog niet in geslaagd klinische onderzoeken op te starten
waarbij deze medicijnen gegeven worden aan met XMRV geďnfecteerde mensen, met name zij die aan bed gekluisterd en invalide zijn? En een nog meer voor de hand liggende invalshoek zou zijn geweest: wat is eigenlijk het verband, waarvan gesuggereerd wordt dat het bestaat, tussen autisme en CVS? Of: waarom heeft de Public Health Service (openbare gezondheidsdienst) bloeddonatie door CVS-patiënten nog niet verboden? Lijden de ambtenaren van de gezondheidsdienst in Canada, Nieuw-Zeeland en Australië (die wel hiertoe hebben besloten) aan waanideeën? Of: hoe wijdverspreid is XMRV? Of, een meer fundamentele vraag: wat is XMRV eigenlijk, en hoe is het bij mensen terechtgekomen? En: hoe kan het dat één virus mogelijk verschillende ziekten veroorzaakt? Waarom richt de overheid zich op XMRV bij prostaatkanker, een mannenziekte, maar niet op XMRV bij CVS, een ziekte die een onevenredig hoog aantal vrouwen treft? Als ze ook maar iets van hetgeen Mikovits haar heeft geprobeerd duidelijk te maken verder had uitgezocht, dan was Trine vermoedelijk op een echt wetenschappelijk verhaal gestuit. Maar in plaats daarvan is Trine te werk gegaan volgens het beproefde kwakbestrijders-recept waarmee ze zulke makkelijke resultaten behaalde in haar stukjes over autisme.
Een van de door Trine aangehaalde experts is dr. Paul Sax, een HIV-arts van het
Brigham and Women’s Hospital (Medische Faculteit van Harvard), hij is de laatste die in haar artikel geciteerd wordt. Sax is duidelijk van mening dat het gevaarlijk is antiretrovirale middelen voor te schrijven aan mensen met ‘chronisch vermoeidheidssyndroom’.Volgens een patiënte, die door Sax behandeld is voor de ziekte, was hij echter goed geďnformeerd en behulpzaam (zie onderstaand commentaar door Jan Innes). Dat maakt hem waarschijnlijk een opzichzelfstaand geval binnen de wereld van infectiespecialisten. Maar op dit punt is het voornaamste probleem nog altijd dat de ‘ouwe jongens krentenbrood rond een tafel’ van de CDC, nadat zij in 1988 een neurologisch degeneratieve infectieziekte hadden omgedoopt tot ‘chronisch vermoeidheidssyndroom’, geheel opzettelijk (zo blijkt uit de verslagen die van hun gedachtewisselingen over het onderwerp bestaan) het destijds reeds bestaande begrip inzake de ziekte, waarbij het gewoon als een ziekte werd gezien, hebben ondermijnd. Tweeëntwintig jaar later denkt iedereen – leek of professional – verstand te hebben van ‘CVS’.
Over het algemeen weet men (artsen als Sax uitgezonderd) bijzonder weinig, en de meesten lijken niet bereid de wetenschappelijke literatuur over de ziekte te lezen, wat doet vermoeden dat zij er niet erg in geďnteresseerd zijn. En als je gelooft dat het bij ‘CVS’ draait om vermoeidheid of depressiviteit in plaats van een AIDSachtige virale infectieziekte die te zijner tijd dodelijk kan blijken te zijn, dan ben je natuurlijk van mening dat experimenteren met AIDS medicijnen een mesjokke idee is. En wie zijn of haar gehele carričre aan AIDS heeft gewijd, zal momenteel waarschijnlijk eerder perplex staan dan in overweging te nemen of het mogelijk de hoogste tijd is dat dergelijke experimenten uitgevoerd worden. Ironisch genoeg werd EBV-expert Elliot Kieff, een collega van Paul Sax in het Brigham and Women’s Hospital, in 1988 gevraagd of hij het onderzoeksrapport van de CDC, waarin de ziekte door middel van drie woordjes – chronisch vermoeidheidssyndroom – opnieuw werd gedefinieerd en omgevormd tot een non-ziekte, wilde medeondertekenen. Tamelijk ongeduldig, en zeker met vooruitziende blik, vraagt hij in zijn laatste brief aan deze groep: “Is het streven soms een nieuwe psychiatrische categorie toe te voegen?” Uiteindelijk bedankte hij er – wijselijk – voor om zijn naam te verbinden aan noch de nieuwe term, noch het vreemde jargon waarin de ziekte opnieuw werd gedefinieerd.
Kwakbestrijders doen geen enkele poging hun lezerspubliek te informeren over wat er werkelijk speelt binnen een bepaald medisch/wetenschappelijk gebied (behalve dan het belichten van een rel, of er zelf een trappen) of wat de reële, actuele kwesties zijn. In plaats daarvan vestigen zij de aandacht op zichzelf terwijl zij zogenaamd medische/wetenschappelijke wanpraktijken aan het licht brengen.
Zo belasteren zij wetenschappers en artsen onder het mom van verantwoorde journalistiek. Uiteindelijk richten ze alleen maar schade aan en ze helpen er helemaal niemand mee. Maar ze zijn immer vol eigendunk over wat ze allemaal doen en hun redacteuren lijken er ook in te trappen. Hiervan was een aardig staaltje te zien in de chat die Trine op een voormiddag had met lezers, een paar dagen nadat haar verhaal online was gegaan. Het greep me aan dat Trine tijdens dit korte gesprekje haar verbazing uitte over het feit dat zij, sinds zij haar artikel had geschreven, erachter was gekomen dat ‘CVS’ echt de invaliderende ziekte is die patiënten nu aan haar beschreven. Werkelijk, als je niet eens begrijpt wat deze ziekte inhoudt en wat het met mensen doet – als je daar door verrast wordt nadat jouw verhaal eerst onder miljoenen lezers is verspreid – lieve schat, schrijf er dan liever helemaal niet over.
Chicago en Los Angeles zijn respectievelijk de derde en tweede grootste stad van de VS, na New York; het inwoneraantal van deze steden, opgeteld bij dat van Omaha, bedraagt iets meer dan zeven miljoen; dat is nog altijd ongeveer drie miljoen minder dan het aantal Amerikanen dat waarschijnlijk een latente XMRV- infectie heeft, als je uitgaat van de conservatieve schatting dat 3,75 procent van de bevolking, ofwel tien miljoen mensen, het virus hebben opgelopen. Natuurlijk is het ook mogelijk dat in de voornaamste stedelijke gebieden het aantal stille dragers in werkelijkheid twee keer zo groot is. Maar daar bericht Trine niet over; zij heeft het te druk met kwakbestrijding en het ontmaskeren van kwakzalvers.
Als het gaat om ‘betrapt!’-journalistiek en kwakbestrijding met betrekking tot ‘CVS’, dan heb ik voor mijn gevoel genoeg gezien voor een paar mensenlevens; van de vroegste artikelen over de ziekte, die eind jaren ’80 in de New York Times verschenen en geschreven waren door Jane Brody, de Times medewerker belast met de verslaggeving over vitaminen en fitness; nog zo’n kwakbestrijder, die natuurlijk het onvermijdelijke telefoontje pleegde met wijlen Stephen Straus, om hem voor het Times lezerspubliek op een rijtje te laten zetten wat nu feit en fictie was met betrekking tot de ziekte, tot het stukje dat Steve Kroft, mijn klasgenoot van de school voor journalistiek, in 1987 fabriceerde voor de prime time tv-show ‘West 57th Street’ van CBS, waarin hij patiënten belachelijk maakte door hen toe te voegen dat hij zich stukken ‘vermoeider’ voelde dan zij eruit zagen, en waarin hij een ‘deskundige’ arts opduikelde die niet deskundig was, die kwam vertellen dat de ziekte een vorm van hysterie en/of depressie was. Ik had durven wedden dat met de dood van Stephen Straus aan dit alles een einde aan zou zijn gekomen: aan de
19e-eeuwse woordkeus, en aan de gynocidale ideatie die in Straus’ commentaar doorscheen – allemaal mee het graf in genomen, vermoedelijk. Tony Fauci, het hoofd van het National Institute of Allergy and Infectious Diseases (NIAID) en Straus’ Beste Vriend voor Altijd, heeft weleens gezegd dat hij het geven van interviews vernederend vindt (gezien de recente euveldaad van de Chicago Tribune kan ik het me bijna voorstellen, behalve dan dat hij een openbare figuur is en bovendien hoofd van een federaal bureau, en dat zijn weigering om interviews te geven slechts één voorbeeld is uit een lange rij schandalige feiten). Meer recentelijk werd dan CDC-medewerker Reeves de laan uit gestuurd, wat betekent dat wij tijdens persconferenties de gestoorde theorieën van Wilde Bill niet meer zullen hoeven aanhoren. Het resultaat was een lange, weldadige onderbreking in de stupide berichtgeving over deze ziekte – tot nu.
Enkel en alleen ter kennisgeving, wil ik uw aandacht vestigen op het feit dat de CAA (CFIDS Association of America) Trine’s rapportage op Facebook van harte ondersteunde. Dit is wat uw patiëntenbelangenorganisatie te zeggen had:
“Op 7/8 juni schreef Trine Tsouderos, gezondheidsjournalist van de Chicago Tribune, twee artikelen over CVS en XMRV, en gisteren was er een online chat met haar over CVS op de ‘TribNation’ website van de Chicago Tribune.
Haar eerste artikel ‘Hoop overschrijdt grenzen wetenschap bij chronisch vermoeidheidssyndroom’, riep gemengde reacties op binnen de CVS-gemeenschap, zo bleek uit de respons op de website van de Tribune en op CVS internetfora.
Een kort artikel, getiteld: ‘CVS binnen de wetenschap en op het web: een onderzoek naar tegenstellingen’, vormde tevens aanleiding tot deelname aan de live chat die afgelopen woensdag rond het middaguur plaatsvond. Een overzicht van de door CVS-patiënten gestelde vragen, alsmede Trine’s antwoorden, is te vinden in het archief van de website. Uit haar antwoorden en opmerkingen blijkt dat zij veel begrip heeft voor wat patiënten doormaken, en goed op de hoogte is van de feiten met betrekking tot de tot dusver uitgevoerde onderzoeken naar CVS en XMRV. James Janega, manager van TribNation, en Trine zelf hebben reeds toegezegd dat meer berichtgeving over CVS zal volgen.”
Aaaach… het begin van een prachtige liefdesrelatie. Kunt u in de verte de champagneglazen horen klinken? Een nieuwe journalist naar wie de CAA desinformatie kan sluizen! Inmiddels heeft de CAA patiënten zo vaak verraden,
in het openbaar en privé, dat hun acties onderhand volledig voorspelbaar zijn geworden. Gewoonlijk doet het er niet toe hoe obstinaat een journalist is, of hoe
erg hij of zij de plank misslaat, het enige dat telt is of iemand, hoe overbodig en neerbuigend het ook is, compassie toont. Patiënten worden geacht als boter te smelten en hun kritisch vermogen overboord te gooien zodra het over compassie gaat. Maar compassie is niet waar het om zou moeten gaan: zelfs Elaine Showalter claimde compassie te hebben met mensen die dachten dat ze ‘CVS’ hadden of ontvoerd waren geweest door marsmannetjes. Er zijn in onze cultuur mensen die compassie hebben met kindermisbruikers en verkrachters.
Zoals ik reeds eerder heb gezegd, het laatste waar CVS-patiënten naar mijn mening op zitten te wachten is compassie. Waar zij wel op wachten is wetenschappelijk onderzoek naar hun ziekte. (Zodat er een eind komt aan het lege gebral,
de aanmatiging, het getheoretiseer, het vals sentiment, de spot, de vijandigheid en wat dies meer zij. Dit zou een leuke bijkomstigheid zijn, maar het is niet doorslaggevend.)
Sinds ik deze blog begon te schrijven, is het artikel tevens verschenen in een andere krant, de Aiken Standard, die uitkomt in de staat South Carolina en toebehoort aan een ander mediaconglomeraat met verschillende kranten en tv-stations.
Vroeger hadden veel van dergelijke grote kranten wetenschapsjournalisten van wereldklasse in dienst, bijvoorbeeld verslaggevers als John Crewdson van de Chicago Tribune, die enkele van de meeste robuuste en gedetailleerde artikelen heeft geschreven over Robert Gallo, het voormalig hoofd van de laboratoria van het National Cancer Institute (Nationaal Kanker Instituut), die je je maar voor kunt stellen. Crewdson was al bij de krant in dienst sinds het Watergateschandaal. Zoals bij zoveel andere journalisten het geval was, werden zijn activiteiten lang geleden ingeperkt door Sam Zell, de eigenaar van de Tribune Company, het bedrijf dat op 10 juni jl. uitstel van betaling heeft aangevraagd. Het is pijnlijk om te zien hoe journalisten die niet echt weten hoe over ingewikkelde kwesties te berichten, die er niet in slagen boven het niveau van roddel en achterklap uit te stijgen en die zich voor het verkrijgen van antwoorden verlaten op vermeende experts met clichématige referenties, in plaats van zelf onderzoek te doen en massa’s mensen te interviewen, hoe dergelijke journalisten uit hun rondgang langs restaurants opklimmen om mensen als John Crewdson te vervangen. Wanneer het echte verhaal, zoals hier het geval is, mogelijk rampzalige gevolgen heeft, dan is het niet minder dan een catastrofe.
Waarom ben ik, over het geheel genomen, van mening dat een stukje in de Chicago Tribune belangrijk genoeg is om zoveel kostbare tijd aan te spenderen? In de eerste plaats, omdat een slecht artikel dat een succes is op het internet, en dat misleidend is en geveinsde argumenten aanvoert, de federale overheid schraagt in haar streven om de volksgezondheidscrisis die XMRV is – het gaat hier om een Aidsachtige infectieziekte die inmiddels blijkbaar epidemische vormen heeft aangenomen, en die vooralsnog niet alleen onbehandeld maar ook vrijwel onbesproken blijft – te blijven bagatelliseren. Wanneer een artikel zoals dat van Trine wordt gepubliceerd, en hergepubliceerd, in enkele van de grootste lezersmarkten van het land (met uitzondering van de Aiken Standard, die een oplage heeft van slechts 17, 515) en niemand slaat alarm behalve een paar geďsoleerde patiënten (d.w.z. vermoeide mensen), dan zullen de marketingmensen van de CDC en de NIH, om nog maar te zwijgen van hun leidinggevenden Tom Friedan en Francis Collins, gerustgesteld zijn en denken dat zij kunnen doorgaan met waar zij mee bezig zijn. Dergelijke stukjes verlenen de CDC ruggensteun, en wekken bij de wetenschappers aldaar de indruk dat hun XMRV-onderzoek, waar door velen naar wordt uitgekeken, en dat volgens sommige waarnemers negatief zal blijken te zijn, weinig weerstand zal ondervinden in de publieke opinie.
In de derde plaats geldt dat artikelen als dat van Trine, ervoor kunnen zorgen dat de redacteuren van de New York Times en The Wall Street Journal, kranten die tot dusver goed werk hebben geleverd in hun berichtgeving over XMRV, zich achter de oren krabben en zich afvragen of ze het met betrekking tot het hele XMRV verhaal bij het verkeerde eind hebben gehad; of dat ze misschien om de tuin zijn geleid. Er is maar weinig dat krantredacteuren meer schrik aanjaagt, en dat is begrijpelijk.
En in de vierde plaats kan het succes van het artikel, gezien de wijde distributie ervan en de kritiekloze wijze waarop het is ontvangen, Trine en haar redacteuren aansporen tot het fabriceren van meer van dergelijke stukjes. De Tribune Company is een erg groot bedrijf en het is genoodzaakt om gaten in de kopij op te vullen met onderwerpen afkomstig van een steeds kleiner en minder ervaren wordende groep medewerkers. En de reporter om wie het hier gaat heeft nu een geheel nieuwe akker ontdekt om kaal te vreten, en helaas gaat het hier niet om een restaurant in het lokale winkelcentrum. Te oordelen naar haar autismeantecedenten, staan ons nog akelige pennenvruchten te wachten.
Is het al tijd om kwaad te worden, om een krijger te worden? Wanneer zal ‘genoeg’ nu eindelijk eens genoeg zijn? Tot slot: het heeft geen zin om boos te worden op Trine of anderen in de media, dat is als je vuist schudden naar een stalker –
hij zal slechts verrukt zijn over het feit dat je hem hebt opgemerkt. Word je kwaad, zorg er dan voor dat je woede gericht is op de juiste mensen.
Introductie: op 14 februari 2010 werd William Reeves, hoofd van het onderzoek naar ‘cvs’/ME binnen de Amerikaanse Centers for Disease Control, door zijn superieuren van zijn post verwijderd. Dit gebeurde iets meer dan drie maanden na de bekendmaking dat meer dan twee derde van een cohort van 101 ‘cvs’-patiënten geďnfecteerd bleek met het XMRV- retrovirus. Reeves had direct na de publicatie van deze vondst tegenover de New York Times verklaard dat hij betwijfelde of zijn bureau in staat zou zijn de vondst te repliceren. Tot dusver – het is inmiddels zes maanden later – bewaart het bureau het stilzwijgen over deze replicatiepoging.
Hier volgt een evaluatie van Reeves’ geschiedenis binnen het bureau, en van de weigering van de kant van de CDC, vijfentwintig jaar lang, om deskundig klinisch advies met betrekking tot de ziekte aan te nemen.
***
Het is grappig hoezeer het vertrek van Bill Reeves, van de post die hij negentien jaar lang had ingenomen, een anticlimax leek toen het dan eindelijk plaatsvond. Zelf had ik op 31 oktober jl. op deze plek al afscheid genomen van Reeves, drie weken nadat Science op 8 oktober de XMRV-studie online had gepubliceerd. Zelfs als Reeves zichzelf niet belachelijk had gemaakt in de New York Times (hij noemde retrovirussen alomtegenwoordig en gaf af op het feit dat het onderzoek had gefaald leeftijd en geslacht aan te geven van de met XMRV geďnfecteerde personen – alsof virussen, anders dan mensen, discrimineren op basis van sekse of leeftijd) scheen het me toe dat hij en zijn vriendjes waren ondervangen door wetenschappelijke ontwikkelingen die op zijn minst iedere bewering die Reeves de afgelopen twee decennia over deze ziekte had gedaan in twijfel trokken.
Reeves was een fysiek kleine, ogenschijnlijk overgevoelige, immer kwade figuur in de wereld van ‘cvs’. Hij draagt op zijn minst gedeeltelijke verantwoordelijkheid voor zoveel schade dat het moeilijk is vast te stellen waar te beginnen of wat op te nemen in enige bespreking van zijn ambtstermijn als hoofd van het onderzoek naar ‘cvs’ binnen de Centers for Disease Control. Reeves’ vader was een beroemd wetenschapper, een prijzen winnende entomoloog aan de University of California in Berkeley. Reeves senior was insectenjager – letterlijk – een wetenschapper die op muggen joeg en hielp vast te stellen hoe zij ziekten overbrachten.
Leed de middelmatige Reeves onder het feit dat hij moest erkennen dat hij er niet in slaagde dezelfde hoogten te bereiken als zijn vader? Was dat de oorzaak van zijn woede jegens patiënten, die uitgedrukt leek te worden in zijn ontluikende obsessie met psychologie, ondanks een immer groeiende hoeveelheid bewijs die in de richting van een biologische ziekte wees?
Het Onvermijdelijke Vervolg
Zeker, Reeves’ pitbull reactie jegens het rapport dat in 1992 in de
Annals of Internal Medicine over de ziekte werd gepubliceerd, valt op als mogelijk zijn eerste poging tot destructief gekonkel. Vooral als men bedenkt hoe dit belangrijke onderzoeksrapport de wetenschap met betrekking tot de ziekte over de hele linie had kunnen bevorderen, als het niet was aangevallen door de CDC. Je zou kunnen zeggen dat Reeves’ reactie erop een demarcatiepunt vormde en het begin van het ‘Reeves tijdperk’ in Atlanta. Voor wie er aandacht voor had, was het een signaal dat de hantering van de ‘cvs’-epidemie door het bureau, in plaats van te verbeteren, eerder zou verslechteren.
Het rapport getiteld
"A Chronic Illness Characterized by Fatigue, Neurological and Immunologic Disorders, And Active Human Hpersvirus Type 6 Infection,", van Komaroff, Cheney, Peterson e.a. was mogelijk het beste klinisch onderzoeksrapport dat ooit over ‘cvs’ is gepubliceerd (Nancy Klimas’ studie naar NK-cel afwijkingen in ‘cvs’, dat in juni 1990 in het Journal of Clinical Microbiology werd gepubliceerd en waarin zij poneerde dat de reeks immuundefecten die zij in patiënten had geobserveerd “erop duidt dat CVS een vorm van opgelopen immuundeficiëntie is,” was mogelijk het op een na belangrijkste). De auteurs van het in Annals gepubliceerde rapport, die vijf jaar lang gegevens hadden verzameld en geanalyseerd, beschreven de ziekte bij 259 patiënten – nog altijd de grootste cohort die ooit wetenschappelijk is bestudeerd – als een “chronisch, immunologisch gemedieerd ontstekingsproces van het centraal zenuwstelsel.”
Verder schreven zij: “Er hebben zich voldoende ziektegevallen onder familieleden, collega’s en andere nauwe contacten voorgedaan, om de mogelijke aanwezigheid van een infectueus agens, dat overdraagbaar is door middel van oppervlakkig contact, aannemelijk te maken.” [Buchwald e.a. “A Chronic Illness Characterized by Fatigue, Neurologic and Immunologic Disorders, And Active Human Herpesvirus Type 6 Infection,” Annals of Internal Medicine< 116 (15 januari 1992): 103-13. En: Klimas e.a. "Immunologic Abnormalities in Chronic Fatigue Syndrome," Journal of Clinical Microbiology (juni 1990): 1403-10.]
De strekking van dergelijke woorden kon de bestuurders en wetenschappers van de Centers for Disease Control nauwelijks ontgaan, inclusief stroman Reeves. Namens de Viral Exanthems and Herpesvirus Branch (de afdeling belast met het onderzoek naar herpesvirussen en ziekten die gepaard gaan met huiduitslag), die een ijzeren greep op de ziekte had gehad sinds het Lake Tahoe onderzoek van het bureau zes jaar eerder, leidde Reeves de aanval op het onderzoeksrapport, teneinde het in diskrediet te brengen. Reeves en zijn collega’s stelden minstens acht verschillende versies op van de brief die zij uiteindelijk zouden sturen; de voorgaande conceptbrieven waren dermate verwrongen geweest van woede en onbeleefdheid dat hun superieuren binnen de CDC niet hadden toegestaan dat ze verstuurd zouden worden op briefpapier van het bureau.
Op 15 augustus 1992 publiceerde de redactie van Annals de brief, waarin gesuggereerd werd dat het blad door Komaroff e.a. was misleid tot het publiceren van fictie. Nadat hij ieder aspect van de studie had afgekraakt, schreef Reeves (die zelf zijn eerste zin met betrekking tot ‘cvs’ nog moest publiceren, in welk tijdschrift dan ook): “Wij komen tot de conclusie dat de ziekte (…) die wordt omschreven niet het chronisch vermoeidheidssyndroom is of enig andere klinische entiteit.” Je kon het geluid van tienduizend stoelen die eendrachtig achteruit worden geschoven bijna horen – het geluid van artsen en wetenschappers die abrupt opstonden en zich afkeerden van een geneeskundig gebied dat zij anders mogelijk voor het eerst serieus hadden genomen. De brief vormde Reeves’ eerste, maar nauwelijks de laatste publieke aanval op de ziekte en op de wetenschappers die haar serieus namen.
“Dit was het onvermijdelijke vervolg” sprak klinisch medicus Paul Cheney, nadat hij Reeves’ brief had gelezen. “Aan Bill Reeves hebben we duidelijk een vijand. Deze brief wijst erop dat hij niet ontvankelijk is voor steekhoudend onderzoek met betrekking tot deze ziekte, en dat hij niet vertrouwd kan worden het programma van de CDC te leiden.”
Reeves was toen pas een jaar in functie.
De Heiliging van Bill Reeves
En zo nam Reeves’ gewoonte om Wetenschap Van Anderen onderuit te halen een aanvang, een praktijk die hij volhield, helemaal tot aan oktober 2009. Reeves’ bijnaam ‘Havik’ lijkt in dit opzicht nog wel toepasselijk: hij deed zijn ronde in het universum der medische literatuur, zijn prooi opnemend: dat wil zeggen eenieder die onderzoek over ‘het chronisch vermoeidheidssyndroom’ publiceerde, op basis van wetenschappelijk bewijs. Hierdoor liet Reeves een spoor van vernieling na en vertraagde hij, samenwerkend met de werkbijen in de virologielabs van de CDC, de wetenschappelijke progressie tot een slakkengang. Interessant genoeg liet hij tevens een getuigenis na van de incompetentie van het bureau. Zijn argumentatie luidde altijd ongeveer als volgt: “Wij van de CDC hebben dit nooit waargenomen, wij hebben deze afwijking nooit gezien,” of het nu ging om HHV6 infectie, NK-cel disfunctie, verhoogde EBV of enig andere afwijking die wees op een ziekteproces. Het is niet verrassend dat iedereen van buiten het bureau zich afvroeg waarom de wetenschappers van de CDC de enigen waren die deze afwijkingen niet
konden vinden.
Het meest milde antwoord luidt: ze waren er niet naar op zoek;
het alternatief zijnde: ze waren een van de minst competente laboratoria van het land. Het ultieme antwoord luidt waarschijnlijk: “Stop, het is
allebei waar!” Maar als ze niet op zoek waren naar biologische afwijkingen in ‘cvs’– en we weten dat dit zo was – wat deden ze dan wel? Een ding is zeker: ze verspilden het geld dat het Congres het bureau vanaf 1988 gaf voor ‘cvs’-onderzoek. Vanaf eind jaren ’80 tot ver in de jaren ’90 gebruikte Reeves’ afdeling, met goedkeuring van CDC adjunct-directeur Walter Dowdle, het ‘cvs’-geld om meubilair en computers aan te schaffen; om labs verder uit te rusten met apparatuur en chemische producten; om te reizen – alles BEHALVE wetenschappelijk onderzoek naar ‘cvs’, dat zij het bestuderen niet waard vonden. Natuurlijk waren bestuurders van het bureau genoodzaakt te liegen tegen het Congres over de bestemming van het geld, teneinde het hun kant op te blijven laten komen. De reden is dat, hoewel het moeilijk is voor te stellen voor mensen die nog maar kort met de ziekte bekend zijn, het Congres lange tijd van het bureau heeft geëist dat het onderzoek deed, teneinde licht te werpen op de oorzaak en verspreiding van deze ziekte. De bestuurders en accountants van het CDC leerden hoe zij het salaris van lieden die weinig of niets met de ziekte van doen hadden, ten laste konden laten komen van de CVS-geldpot; mijn persoonlijke favoriet in deze categorie trucs is hun beslissing om gedurende een geheel jaar het salaris van Gary Holmes uit het fonds te bekostigen. Holmes (van de ‘Holmes’ criteria’) was in desbetreffend jaar niet in dienst van de CDC. Hij woonde en werkte toen in Texas.
Ik onthulde deze geschiedenis in Osler’s Web in maart 1996 en gaf vervolgens verschillende interviews over het onderwerp, iets dat ik in 1997 weer zou doen met het verschijnen van de paperbackeditie. Het bureau weigerde echter vastberaden talloze verzoeken van de kant van journalisten om commentaar te geven op de aantijgingen in
Osler’s Web. Tijdens een live uitzending in 1997 vroeg een CNN interviewer mij waarom ik dacht dat de CDC weigerde commentaar te geven. Ik antwoordde dat het CNN kijkerspubliek maar beter kon nadenken over de vraag waarom een groot federaal instituut als de Centers for Disease Control niet genegen was zich tegen dergelijke serieuze aantijgingen van de kant van een onafhankelijke verslaggever te verweren. Kon het zijn dat de CDC niet kon pareren zonder zichzelf nog verder in te graven? Probeer je een dekmantel te bedekken? Of probeer je situaties te vermijden waarin de beschuldigingen zullen worden uitvergroot?
Hoe heeft Reeves zijn betrokkenheid bij deze misdaad, die gedurende meerdere jaren heeft plaatsgevonden, overleefd? Immers, tegen 1996 was het bestaan van de ‘cvs’-geldpot algemeen bekend, en verkende de onderzoeksafdeling van het Congres, het General Accounting Office, de mogelijkheden om tot een gerechtelijk onderzoek over te gaan.
Dit is hoe: hij trad naar voren en claimde onschendbaarheid als klokkenluider onder de Federal Whistleblower Act (Klokkenluiders-
regeling). Dit maakte het voor hem mogelijk de diefstal van gelden te onthullen, zonder de consequenties te hoeven aanvaarden. Zij die gebruik maken van deze wet zijn blijvend gevrijwaard van ontslag, in ruil voor het onthullen van verkwisting of fraude. Op deze manier verschafte Reeves zich twaalf extra jaren in het ‘cvs’ veld.
Wie van u dat toejuicht kan een bedankbriefje sturen naar Kim Kenney, directeur van de Amerikaanse ‘CFIDS Association’ (CFIDS Vereniging) of ‘CAA’, die Reeves steunde bij deze schijnvertoning van publiekelijk berouw, en hem richting patiënten en media presenteerde als een gewetensvolle held. (“De Association was Reeves behulpzaam bij zijn poging aandacht te vragen voor de verspilling van CFIDS fondsen (…)” [CFIDS Chronicle, mei/juni 1999), en: “Reeves verzocht de CFIDS Association om hulp teneinde het bewijsmateriaal bij de juiste mensen binnen de regering te krijgen. Kim Kenney (…) hielp hem zich voor de bijeenkomsten voor te bereiden, begeleidde hem ernaar toe en is sindsdien continu betrokken gebleven.” (Ibid., september/oktober 1998).
Het Boevenpad Op
Toentertijd leek dit fiscale vergrijp van het bureau een schanddaad, maar in het licht van wat gebeurde toen Reeves en zijn club daadwerkelijk geld aan ‘cvs’ begonnen te spenderen – iets dat zij verplicht waren te doen nadat het schandaal eenmaal openbaar was geworden – zouden de ‘schandaaljaren’ getypeerd kunnen worden als een relatief gunstige periode binnen de CDC voor mensen met ‘cvs’.
Vanaf 1999 stelde Reeves zich mettertijd steeds meer open – wellicht deels voor advies en inspiratie – voor gelijkgestemden: mensen die de ziekte ontkenden of psychologiseerden, alsmede een gevarieerd gezelschap van witgejaste lieden in het Verenigd Koninkrijk en Australië die misbruik maakten van de situatie. Hij verspilde veel geld dat zijn richting op kwam, maar liefst honderd miljoen dollar. Het bureau als geheel werd ook steeds geraffineerder in het beheersen van de informatiestroom aangaande de ziekte en de activiteiten van de eigen wetenschappers, doordat men gebruik maakte van interne marketing- en pr-expertise. Er werd een website vol desinformatie opgezet en de CAA werd ingezet om het ‘cvs’ merk in de VS en elders verder op te poetsen.
Reeves voerde de heerschappij waar het ging om de sterk betwiste ‘empirische definitie’ en de zonderlinge Genomica-studie, die op haar beurt leidde tot de beruchte Amerikaanse persconferentie van 2006, waar Reeves en zijn medewerker Suzanne Vernon opperden dat de ziekte voor tachtig procent ondergediagnosticeerd was, dat behandeling beschikbaar was en dat ‘cvs’ veroorzaakt werd door een genetische aanleg (in combinatie met mishandeling in de kindertijd) als gevolg waarvan iemand niet in staat is met stress om te gaan.
Breng Mij Niet In de War Met de Feiten
De minachting die Reeves koesterde voor patiënten met deze ziekte, wat bleek uit zijn lichaamstaal – zoals toen hij tijdens een CFSAC bijeenkomst in Washington DC hen letterlijk de rug toekeerde – en uit zijn taalgebruik, waarvan diverse voorbeelden te geven zijn, symboliseerde een groter, institutioneel falen binnen de CDC. Vanaf het eerste ogenblik heeft het CDC-personeel, van wie velen minder bekend zijn bij patiënten dan Reeves, maar die desalniettemin evenveel invloed hebben gehad, een conservatieve neiging tot verzet getoond tegen het verwerven van klinische vakkennis met betrekking tot een ziekte waarover zij opmerkelijk veel politieke macht hadden.
Een van mijn eerste interviews bij de CDC was in 1987 met een populaire epidemioloog genaamd Larry Schonberger; ik was niet bijzonder verrast door zijn gebrek aan klinische vakkennis over de ziekte. Maar met het verstrijken der jaren raakte ik verbijsterd over de hoeveelheid macht die iemand met zo weinig verstand van een ziekte kon uitoefenen over de activiteiten van het bureau omtrent dezelfde aandoening, en bijgevolg over de honderdduizenden mensen die aan de ziekte leden. Zo had Schonberger bijvoorbeeld op het onderzoek in Tahoe toegezien vanuit de beslotenheid van zijn kantoor in Atlanta.
Het was duidelijk dat Schonberger geloofde dat de entiteit die zijn afdeling ‘cvs’ zou gaan noemen niet zozeer een ziekte was als wel een uiting van depressie bij vrouwen. Deze onderzoeker zette zijn personeel onder druk, teneinde te komen tot een psychiatrische verklaring voor de explosie aan ziektegevallen die zich sinds het eind van de jaren ’80 had voorgedaan. Hiermee werd het fundament gelegd voor wat hardnekkig beleid zou worden. Artsen die patiënten ontvingen, zelfs als zij aan Harvard werkzaam waren zoals Anthony Komaroff, waren Schonberger en zijn staf een gruwel, zij werden als onbetrouwbaar beoordeeld, gezien hun neiging de ziekte als bestaand te beschouwen. Medewerkers van het bureau achtten klinische vakkennis gelijk aan klinische onkunde: immers, als je dacht dat depressieve, hysterische vrouwen een lichamelijke aandoening hadden die medische behandeling behoefde, hoe geloofwaardig was je dan?
De afwijzing van klinische vakkennis door het bureau bereikte in mijn persoonlijke opinie een climax toen ik in 1991 bij de CDC een top bijwoonde tussen medewerkers van het bureau en wetenschappers en medische experts van buiten, waarbij het doel was na te denken over het bewijs voor een retrovirale infectieziekte. Klinisch medicus Paul Cheney was er ook, en na de wetenschappelijke discussie stelde hij voor om een video af te spelen die hij had gemaakt voor het CDC personeel, om hen te helpen iets van de ziekte zelf te begrijpen. In de video voert Cheney neurologisch onderzoek uit op vier patiënten die hij had gerangschikt naar ernst van de ziekte; een van hen, een jonge vrouw die niet kon staan en nauwelijks kon spreken, vormde een bijzonder dramatisch voorbeeld. Maar voordat Cheney de 15 minuten durende tape kon afspelen, ontstond groot tumult onder de CDC-medewerkers, die aanvoerden dat een dergelijke tape niet thuishoorde in de context van een wetenschappelijke bijeenkomst. Uiteindelijk stelde dr. Anthony Komaroff voor de tape in te korten tot één patiënt, en bood aan een stemming te houden. Één wetenschapper van het bureau stemde vóór het bekijken van de tape, dat was Tom Folks, een retroviroloog. Zijn stem gaf de doorslag in wat anders een onbesliste stemming zou zijn geweest, en de tape werd in het apparaat gedaan. Gelijktijdig stonden alle andere medewerkers van het bureau op en sloften luidruchtig het vertrek uit, grijnzend, lachend en hoofdschuddend alsof zij van de situatie walgden. Zelfs de ‘CVS functionaris’ van het bureau, wier taak het was klinische vakkennis over te dragen aan haar collega’s. Tegen de tijd dat de korte tape afgelopen was, was vrijwel iedereen uit het vertrek verdwenen behalve vier CVS experts, Tom Folks (en ik).
“Om polio te bestuderen hoeven we geen film over iemand met polio te zien,” legde een epidemioloog van het bureau, die zich onder hen die waren weggekuierd had bevonden, me later uit.
Allemaal goed en wel, maar wat als je ervan overtuigd bent dat polio een psychiatrische ziekte is of, in het psychiatrisch jargon van tegenwoordig, een somatische klacht? Wat als je denkt dat polio ‘schoolfobie’is, ‘deconditionering’, ‘ontwijkingsgedrag’, ‘medisch onverklaard’, hypochondrie, hysterie, lege nest syndroom of het Münchhausen by proxy syndroom van een ouder?
De agressiviteit van de CDC jegens artsen die het bureau dichter hadden kunnen brengen bij enig begrip van de ziekte die het beweerde te onderzoeken, begon in Tahoe en werd tot in de 21e eeuw voortgezet door Bill Reeves. Het resultaat is een ‘cvs’-establishment van psychiaters, artsen, verzekeringsmaatschappijen, openbare gezondheidszorgambtenaren, politici en zelfs particulieren die de grote leugen in stand moeten zien te houden of hun geloofwaardigheid een duikvlucht zien nemen, met mogelijk bijkomende schade aan hun inkomen.
Dit geldt overal, maar met name in Groot Brittannië en, blijkbaar, ook in Nederland. Is het echt zo verwonderlijk dat de ontdekking van het besmettelijke XMRV-virus bij meer dan twee derde van CVS-patiënten vervolgens werd onderworpen aan gebrekkige ‘replicatiestudies’, zoals we die onlangs hebben gezien? Of dat zowel Elaine DeFreitas – die meer dan twintig jaar geleden retrovirale sequenties ontdekte bij ‘cvs’-patiënten – en meer recentelijk Judy Mikovits, microbiologen zijn die overleg hebben gevoerd met de beste diagnostici van vandaag en niet bang waren om patiënten te ontmoeten en hen hun symptomen te horen beschrijven? (Sterker nog, zij verwelkomden dergelijke interacties.) En dat zij vervolgens nadachten over hetgeen zij hadden gehoord, en ermee aan de slag gingen?
Over Bier, Spades en M16s
In 2006 ging Reeves zich bezighouden met een gedoemd onderzoeksproject, in samenwerking met het Amerikaanse leger. Het aangekondigde doel was uit te vinden welke rekruten vanwege stress zouden ‘afhaken’ tijdens de basistraining, of zouden instorten in de woestijn en thuiskomen met een posttraumatische stressstoornis. Het leger beëindigde dit onderzoek een jaar later, in oktober 2007. Men beweerde dat de legerarts die het onderzoek had bedacht, er niet in geslaagd was de juiste toestemming te krijgen van het leger, een exclusief contract had geregeld en mogelijk tegen de gebruikelijke werkwijze met betrekking tot goedkeuring en medische privacy was ingegaan.
Deelnemers aan het onderzoek waren 330 legerrekruten die “(…) urenlang tot in detail vertelden over de meest stressvolle gebeurtenissen uit hun leven,” inclusief, en dat zal onderhand niemand meer verbazen, “beschrijvingen van kindermishandeling en seksueel geweld.” (
Atlanta Journal-Constitution, 3 september 2007)
Eerder, op 15 november 2006 – minder dan een jaar voordat het leger het onderzoek zou sluiten – beschreef Bill Hendrick, verslaggever van het blad
Atlanta Journal-Constitution, in een artikel het gedrag van Reeves toen die een dag op een schietbaan in Fort Benning doorbracht met 200 rekruten.
Hendrick beschrijft het tafereel: de rekruten zweten in de hitte als ze op ‘de Zandheuvel’ in Fort Bennings ‘Malone Schietbaan 11’ liggen, en zich klaarmaken om voor de eerste keer hun M16-A2 geweren af te vuren. Achter hen staan hun drilmeesters en “(…) toeschouwers als Reeves, een energieke man die op een dag, kort geleden, achter de vuurlinie heen en weer beende, gekleed in een zwart uniform, zwarte laarzen en een zwarte veldhoed, waartegen zijn sneeuwwitte baard afstak (…). Reeves,” zo vervolgt Hendrick, “mag graag met ieder soort wapen waar hij de hand op weet te leggen schieten en zelfs, terwijl er met scherp geschoten wordt, met rekruten in het donker rondkruipen. Reeves heeft ook zij aan zij met de rekruten een M16-A2 afgevuurd, en deed dat even goed als een getrainde scherpschutter.”
De leider van dit onderzoek was een majoor genaamd Roger Bannon, iemand zonder enige onderzoekservaring. Bannon legde de gedachte achter de studie uit aan verslaggever Hendrick: “Vanaf het moment dat je geboren wordt ervaart je centraal zenuwstelsel stressveroorzakende factoren. Als je een ruwe ouder hebt gehad die pils dronk en wanneer hij dronk erg gewelddadig werd en jou met zijn spa op het hoofd sloeg, dan is die stress opgeslagen in je lichaam.”
Hmmm… en daar zou ik aan willen toevoegen: “Your toe bone connected to your foot bone, your foot bone connected to your ankle bone (…)”
Kleine Man Complex
Reeves leek te genieten van een leven vol gevaar. Hij vertelde me eens dat hij Manuel Noriega’s privéarts was geweest toen hij als epidemiologisch medewerker van de veiligheidsdienst in Panama werkte. Waarheid of apocrief verhaal? Ik kan het niet zeggen. Reeves beweerde graag epidemiologisch onderzoek te doen in oorlogsgebieden. Geen wonder dat hij zo in beslaggenomen is geweest door ‘cvs’ .
Het vertrek van Bill Reeves duidt erop dat de langdurige oorlog tegen mensen – in meerderheid vrouwen en meisjes – die ziek zijn en overlijden als gevolg van een besmettelijke ziekte, mogelijk aan het afzwakken is.
Zullen we de agressor zijn troepen terug blijven zien trekken, man voor man? De tijd zal het leren. Het is interessant dat de generaals in deze oorlog – enkele uitzonderingen daargelaten – allen wezelachtige, overcompenserende mannen waren, zowel hier als in het Verenigd Koninkrijk.
Zeker, als een dergelijk gevoelloos iemand, die zo onverschillig is jegens de wetenschappelijke feiten, gezag lijkt te hebben over een mogelijk dodelijke ziekte die miljoenen mensen treft, dan zal hij groot en machtig overkomen. Maar toch, zoals een vriend van mij zei toen hij hoorde van Reeves’ overplaatsing: “En weer is er een marionet gesneuveld. Totdat we weten hoe het spel in elkaar stak zullen we nooit volledig begrijpen wat deze zetten op het bord betekenen.” Het punt is: als hoofdonderzoeker vertegenwoordigde Bill Reeves het dwaze, verspillende en destructieve CDC beleid inzake ‘cvs’, maar het is waarschijnlijk een vergissing aan te nemen dat hij zonder enig toezicht van bovenaf handelde. In 1998 vond de verduistering van onderzoeksgeld bijvoorbeeld plaats met de stilzwijgende, zo niet formele goedkeuring van zijn superieuren, en het werd indertijd zelfs in de pers
verdedigd door CDC directeur Jeffrey Koplan.
Zeker, gedurende meer dan tien jaar was Reeves het boegbeeld, het bekende gezicht van ‘cvs’ in Atlanta. De dag dat het blad
Science de ontdekking van een kankerverwekkend gammaretrovirus bij een meerderheid van ‘cvs’-patiënten publiceerde, moest het bureau Reeves’ naam van ‘cvs’ loskoppelen, net zoals het zichzelf ten opzichte van ‘cvs’ op andere manieren zal moeten rehabiliteren in de komende jaren. Reeves’ voorganger, Walter Gunn, die uit het bureau verdreven was nadat hij zich tegenover de adjunct-directeur had beklaagd over het geldschandaal, zei meer dan twintig jaar geleden tegen mij: “Het chronisch vermoeidheidssyndroom heeft een eigen afdeling binnen het bureau nodig, net als hiv-aids.” Het is mogelijk dat slechts tenzij of totdat dit gebeurt de Centers for Disease Control ooit verweten kan worden dat zij de ziekte serieus neemt.
Ik vond het opmerkelijk dat tijdens een recente Conferentie over Retrovirale Infectieziekten in San Francisco, CDC retroviroloog Walid Heneine de XMRV-bevindingen van het bureau bij prostaatkankerpatiënten presenteerde (twee positieve bloedstalen uit een totaal van 162 patiënten). Klaarblijkelijk geloven de onderzoekers van de CDC dat zij een betrouwbare XMRV-test hebben, echter slaagden er ze niet in ook maar iets te laten zien van wat zij bij CVS-patiënten hadden gevonden. Leid daaruit af wat je wilt.
Als de komende maanden en jaren de geheimen van XMRV worden opgehelderd zal het, met name als de reeks associaties met verschillende ziektes en de manieren van overdracht duidelijk worden, interessant zijn te zien hoe de CDC om zal gaan met de pr-nachtmerrie die zijn ‘cvs’- uitvinding is. Het blijft een gok, maar ik kan me voorstellen dat de landsadvocaten reeds geraadpleegd zijn door alle belangrijke gezondheidsinstanties, inzake aansprakelijkheidskwesties die zich voor kunnen doen als de gemeenschap gaat beseffen dat XMRV zich minstens vijfentwintig jaar lang volstrekt ongehinderd in de bloedvoorraad heeft kunnen verspreiden, of dat (de laatste keer dat ik het controleerde) de CDC op haar website de mededeling handhaaft dat het
nog steeds okay is voor mensen met ‘een cvs-geschiedenis’ om bloed te doneren op dagen dat zij zich goed voelen. Nog afgezien van de voor de hand liggende vraag of je je ooit goed kunt voelen als je deze ziekte hebt, is hier een andere: zouden er niet wat nieuwe DSM criteria moeten komen voor dergelijke waanzin? Moet het worden overgelaten aan bloggers, journalisten en andere burgers om aan de webmasters van de CDC uit te leggen dat een retrovirale infectieziekte niet komt en gaat?
Kleine Man II
Als Tom Frieden, de nieuwe directeur (met ingang van september 2009)
van de Centers for Disease Control enig verstand heeft – en gezien zijn eerdere succes als gezondheidscommissaris van New York, heeft hij dat – dan ziet hij waarschijnlijk in dat het bureau zal moeten terugkeren naar het gewone werk: het voorkomen en beheersen van besmettelijke ziektes. Je kunt je de scčne voorstellen waarin Frieden werd geďnformeerd over de manier waarop het bureau de laatste 25 jaar met ‘cvs’ is omgegaan:
Frieden (na een lange pauze): “Dit is een grapje zeker? Je zuigt dit uit je duim?”
Functionaris: “Nee meneer. We hebben hen echt psychiatrische vragenlijsten laten invullen over hun bedplassen als kind.”
Frieden: “En toen de artsen in Nevada jullie in 1986 belden om te vertellen over de uitbraak van een ziekte die gepaard ging met lymfkliergezwellen, en de afwijkingen op MRI hersenscans – toen besloten jullie om het niet verder te onderzoeken omdat…?”
Functionaris: “Nou, ze zeiden dat we er niets van bakten, en gaven op ons af in de pers en we hadden gewoon het gevoel dat we niet meer terug konden.”
Frieden: “En toen in 1991 het Wistar Intsitute jullie uitnodigde naar Philadelphia te komen, om hun technieken voor het isoleren van een retrovirus bij het chronisch vermoeidheidssyndroom te leren, toen weigerden jullie omdat…?”
Functionaris: “We besloten dat we niet genoeg geld voor vliegreizen in ons budget hadden om een viroloog helemaal van Atlanta naar Philadelphia te sturen.”
***
Adieu Havik! Wij proosten met pils op jou. Vaarwel ook zwarte veldhoed.
Onlangs hoorde ik iemand ‘bloggen’ omschrijven als hardop denken, en dat is eigenlijk het enige waar ik nu tijd voor heb of hier van plan ben te doen. Vandaag heb ik de Sif-Sac bijeenkomst gedeeltelijk, maar niet in z’n geheel, op mijn computerscherm bekeken. Ik was erg onder de indruk van het feit dat voor de verandering nu eens niemand huilde – tenminste, niet publiekelijk of dat ik gewaarwerd. Dat noem ik vooruitgang.
Staatssecretaris Koh heb ik gemist doordat ik sliep. Tenzij hij heeft toegegeven dat er inderdaad sprake is van een gigantische volksgezondheidcrisis en dat er koppen gaan rollen bij de Centers for Disease Control; dat de besmettelijke (en gedurende 25 jaar onbehandelde) ziekte, sisser misser spat, wordt weggehaald bij het Office of Research on Women's Health van de NIH (National Institutes of Health); en dat er klinische onderzoeken naar antivirale middelen worden gelanceerd met inzet van XMRV-positieve patiënten – zou ik slechts teleurgesteld zijn geweest. Dus tenzij hij op zijn minst AL deze dingen heeft gezegd, ben ik er niet bijzonder rouwig om dat ik door zijn verhaal heb heen geslapen.
Daar kwam dr. Beth Unger, Bill Reeves’ tijdelijke opvolger. Lag het aan mij of is het iemand anders ook opgevallen hoe erg haar handen trilden? God mag weten wat ze over deze bijeenkomsten heeft gehoord, of over al die geschifte chronisch vermoeidheidssyndroompatiënten, maar je zou werkelijk gedacht hebben dat ze vreesde voor sluipschutters. Mike Miller van de CDC deed zijn best om haar in zijn introductie uitgebreid te prijzen, mogelijk in de hoop een kwarteeuw kwaadwilligheid in pakweg twee minuten teniet te doen; het was een poging ingegeven door collegialiteit van zijn kant. Hij lijkt me een goede kerel, gevangen in een ronduit griezelig baantje.
Dr. Unger en haar afdeling waren zeer uitgelaten over hun verhuizing naar een beter verblijf – het ‘nieuwste en grootste pand’ in de immer groeiende CDC: Gebouw 23! Ze liet iedereen zelfs een foto van het gebouw zien. Je kunt haar het enthousiasme niet kwalijk nemen. Ik was zelf een argeloze 36-jarige toen ik in 1987 voor het eerst mensen interviewde in Gebouw 6, en toen was het ongelooflijk deprimerend! (Onlangs waren zij allen gedwongen tijdelijk hun biezen te pakken vanwege problemen met de luchtkwaliteit – kennelijk werd Gebouw 6 tijdelijk een ‘sick building’ .)
Dr Unger verzekerde de commissie dat de CDC oprecht de intentie heeft zijn studie naar CVS voort te zetten (voeg inwendige voorstelling in: Edvard Munch's ‘De Schreeuw’), en zij haalde daarbij drie nieuwe CDC rapporten aan, waaronder de ontdekking door het bureau dat ontzettend veel patiënten lijden aan iets dat metabolisch syndroom wordt genoemd. Dit is een probleem, merkte dr. Unger op, omdat het kan leiden tot hartklachten en diabetes. Hmmm…is dat even grappig, chronisch vermoeidheidssyndroom leidt tot hartklachten. Oh wacht even, neem me niet kwalijk, ik heb het bij het verkeerde eind, dat kan helemaal niet, want als je hartklachten hebt, dan heb je per definitie geen CVS! Maar CVS leidt, volgens de logica van de CDC, klaarblijkelijk tot het minder ernstige metabolisch syndroom, dat op zijn beurt weer leidt tot… Ach, laat ook maar.
Eerlijk gezegd, als je een wetenschapper (of zelfs arts) bent die ook maar iets met CVS van doen heeft, en je hebt het momenteel niet over XMRV en XMRV alleen, dan is het tijd je roeping te heroverwegen. Sta mij als 60-plusser toe de onofficiële hofdichter van mijn generatie aan te halen: “Don't stand in the doorway, Don't block up the hall. There's a battle outside and it's ragin'. It'll soon shake your windows and rattle your walls..”
Klaarblijkelijk blijft CVS het (inmiddels) 21e-eeuwse Tuskegee syfilisexperiment van de CDC. Weet u nog wel, dat experiment uit 1932, waarbij men 400 zwarte mannen uit Tuskegee onbehandeld liet voor syfilis, enkel en alleen om te zien wat er met hen zou gebeuren? Ted Kennedy zou uiteindelijk in 1973 de onderneming stopzetten, eenenveertig jaar later. (Voor de nieuwsgierigen onder u, over dit experiment is menig boek geschreven dat de moeite waard is.)
De CDC blijft inmiddels de natuurlijke historie van een andere besmettelijke ziekte in real time bestuderen, en hier komen ze al opmerkelijk lang mee weg – vijfentwintig jaar – maar in werkelijkheid langer als je de jaren voorafgaand aan de Lake Tahoe uitbraak meetelt, toen wetenschappers van de CDC meldingen van uitbraken, alsmede brieven en telefoontjes van zieke mensen ontvingen en stelselmatig negeerden. Het doel van het Lake Tahoe onderzoek was nu juist om deze stortvloed voor eens en altijd in te dammen. Uiteraard liep het mis, aangezien je de natuurlijke evolutie van ziekten niet kunt micromanagen door middel van persberichten en karaktermoord.
CVS, zo merkte dr. Unger op, is een multidisciplinair probleem en ze vermeldde er bescheiden bij dat de CDC nog niet alle noodzakelijke disciplines in huis heeft. Als ik haar oor had, zou ik dr. Unger vertellen dat deze ziekte niet langer een multidisciplinair probleem is, en feitelijk nooit is geweest. Noch is het chronisch: het is een virale ziekte die, indien onbehandeld, niet meer weggaat. De enige nu vereiste discipline is virologie, en veel graag. Ook hield zij vast aan het aantal van 4 miljoen. Wauw – vier miljoen mensen – en de CDC heeft niet eens een fulltime afdelingshoofd met verantwoordelijkheid voor de ziekte. En nu pretendeert men verontrust te zijn over metabolisch syndroom. Hier valt niets te zien mensen, doorlopen graag.
Drie woorden komen bij mij op: Ground Hog Day. (Als vroeg in de lente de zon verschijnt, blijft de bosmarmot van schrik in zijn hol en zal de winter terugkeren.)
Een laatste opmerking met betrekking tot onze vrienden van de CDC: zij weten al van het bestaan van XMRV sinds maart 2006, toen het eerste onderzoeksrapport over het virus verscheen. Je zou toch denken dat
ze wellicht een paar CVS-patiënten op XMRV hebben getest in maart 2006? Wat ik bedoel is: er is een idiopatische ziekte die vier miljoen mensen invalide heeft gemaakt, en dan ga je niet op zoek naar het splinternieuwe menselijk retrovirus? Hoe rechtvaardigt de CDC dit? Wat ik bedoel is: ze zijn het Ministerie van Economische Zaken niet, ze zijn de ‘Centers for Disease Control’ (bureau voor de beheersing van ziektes). En als ze wel gezocht hebben, en niets konden vinden, dan zijn wij terug bij de vraag – zijn ze niet gewoon incompetent? Hoe dan ook: wat ik wel eens zou willen weten is: hebben ze in 2006, toen XMRV werd ontdekt, gezocht naar het virus? Indien niet, waarom niet? En als ze wel hebben gezocht, wat hebben ze dan gevonden?
Waar we in het geval van de CDC mee geconfronteerd blijven worden is een monstrueus instituut (zeker qua grootte), vol geheimen en leugens, en achterwaarts bewegende wetenschappers en bestuurders, die bang zijn voor hun baantje en de huik naar de wind hangen.
Vervolgens was Jerry Holmberg aan de beurt, onze bloedman. Wauw, wat was hij de laatste keer dat we hem zagen op dreef! Hij zou er voor gaan zorgen dat ‘And The Band Played On’ geen tweede keer zou plaatsvinden, niet? Hij zou zaken in gang zetten en hierover verslag komen uitbrengen en deze kanjer manmoedig met de vliegenmepper te lijf gaan. Maar vandaag was onze man een beetje bedroefd, dacht ik: hij zag er bijna net zo angstig uit als dr. Unger. Hij kon niet eens in hele zinnen spreken, zo nerveus was hij. Wat heeft de regering eigenlijk uitgevoerd sinds in december de XMRV-werkgroep actief werd – weet u nog, de denktank? Denken ze hier wel voldoende over na? Zal het bij deze epidemie dan echt altijd blijven gaan over pr, crisismanagement en brandmarketing? Ik denk het niet, maar vandaag zou je daar niets van gemerkt hebben. Wetenschap kwam op de tweede plaats, zoals gewoonlijk.
Commissieleden bleven maar vragen, ieder op eigen wijze, waarom de VS niet simpelweg Canada, Nieuw-Zeeland and Australië volgen en bloeddonatie door CVS patiënten verbieden. Hier stond Holmberg nogal te kijk, totdat Eleanor Hanna van de NIH, die op mij overkomt als iemand die zich op de rand van waanzin bevindt, plots gal begon te spuwen op David Bell’s vreemde, hysterische brief waarin hij mensen vraagt 10.000 dollar te schenken aan het WPI, waarbij zij eindigde met de woorden: “Willen we soms een angstige situatie creëren, voordat daar reden toe is?”
Zij werd vervolgens door minstens één commissielid beleefd op de hoogte gebracht van het feit dat de angstige situatie er al is; CVS-patiënten hebben angst.
Helaas is verder niemand bang, en dat is het probleem, zoals Mary Schweitzer zo kundig uiteenzette in haar drie minuten durende, telefonische getuigenis.
Je kunt moeilijk tot een andere conclusie komen: het Amerikaanse Department of Health and Human Services (gezondheidsdienst) is zo bang om mensen bang te maken, dat het liever riskeert dat Amerikanen kanker en met X verbonden neuro-immuunziekten krijgen, dan dat men hen laat weten dat XMRV zich in de bloedvoorraad bevindt. Anders gezegd, zij zijn bang dat het Amerikaanse volk er achterkomt dat de Centers for Disease Control hebben toegelaten dat een invaliderend, kankerverwekkend virus zich meer dan vijfentwintig jaar heeft kunnen verspreiden, en dat zij patiënten – in meerderheid vrouwen en tienermeisjes – voor gek hebben versleten, al die tijd veinzend onderzoek te doen naar een ziekte – een kwaal die zij in feite zelf, gezeten rond een tafel, hebben verzonnen.
Ach, ik geef het op. Ik heb dystopische, apocalyptische sciencefictionfilms gezien met aanmerkelijk geloofwaardiger plots.
Complimenten voor Annette Whittemore, voor het te berde brengen van het feit dat de NIH, hoewel zij via het National Cancer Institute betrokken zijn bij het onderzoek naar XMRV, wetenschappers van buiten fondsen hebben geweigerd voor het uitvoeren van eigen onderzoek op dit terrein. Whittemore heeft het hier niet slechts over het WPI, zij heeft het over iedereen. Zou je niet gedacht hebben dat de NIH van XMRV met voorrang een onderzoeksopdracht zouden hebben gemaakt voor extramurale wetenschappers met expertise op het gebied van muriene leukemievirussen, XMRV in het bijzonder, en retrovirologie in het algemeen? In een normale wereld zou dat gebeuren. Maar het gebeurt niet. En waarom is dat? Wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor deze warboel? Wie neemt die beslissingen? Wie heeft hier de leiding?
En waar blijven de klinische onderzoeken? Neem me niet kwalijk dat ik mijn stem verhef, maar voor het geval iemand me de eerste keer niet heeft gehoord: DR. FAUCI, DR. NEIDERHUBER: WAAR BLIJVEN DE KLINISCHE ONDERZOEKEN? Wellicht wilt u zich niet bemoeien met Tuskegee II?
Tenslotte nog een laatste keer hardop gedacht: Jerry Holmberg heeft feitelijk uiteengezet wat momenteel de meme van overheidswetenschappers is – hun metaforische antivampier crucifix, hun knoflook als het ware – en dat is hun claim dat er (nog) ‘geen bewijs’ is dat XMRV ‘menselijke ziekten’ veroorzaakt.
Zijn partijbonzen die, geconfronteerd met de enorme omvang van de XMRV-epidemie, in het openbaar stug volhouden dat niet bewezen is dat XMRV menselijke ziekten veroorzaakt niet simpelweg bezig tijd te winnen? Hopen zij dat de rest van ons te dom is om er zelf over te lezen? Grappig genoeg heb ik geen enkele wetenschapper die zijn of haar carričre heeft gewijd aan de bestudering van de werking van muriene leukemievirussen bij dieren, horen muggenziften over het wel of niet bestaan van bewijs dat het expliciet menselijk virus XMRV ziekten bij mensen veroorzaakt.
Zomaar wat hardop gedacht.
Voor een verrijkende, inspirerende leeservaring wil ik u van harte deze link aanbevelen. Hier vindt u de op schrift gestelde getuigenissen die aan de commissie in kwestie zijn overhandigd. In zijn totaliteit bezien, doet dit materiaal vermoeden dat de propaganda die patiënten en hun gezinnen jarenlang in een wurggreep heeft gehad, aan het instorten is. Zijn we nog erg ver verwijderd van de opkomst van een bonafide activistenbeweging? De wetenschappers die ik spreek – diegenen die niet voor de overheid werken – volgen de ontwikkelingen met open mond van verbazing over het feit dat met ‘CVS’ gebrandmerkte patiënten de Centers for Disease Control nog niet ‘met hooivorken’ zijn binnengevallen, zoals een van hen onlangs tegen mij zei. “Ze zijn te ziek”, vertelde ik hem. Maar nu weet ik het niet meer zo zeker. Misschien de mensen die nog geen hartfalen en/of kanker hebben, die nog niet twintig of vijfentwintig jaar ziek zijn, die nog kunnen lopen – zullen zij degenen zijn die de strijd voortzetten tot bij de NIH en de CDC? Zullen zij degenen zijn die Tuskegee II sluiten?
Toronto illustrator Anita Kunz's image of a woman being invaded by twin serpents is featured on the cover of the new edition of
Osler's Web, a gift of the artist.
Kunz was commissioned in 1987 by the editors at
Rolling Stone magazine to illustrate my two part series, "Journey Into Fear," a front line report that described the emergence of M.E. in the United States in the middle 1980s. After reading my unpublished manuscript, Kunz painted this unforgettable, powerfully intuitive portrait. Her illustration was featured as a two-page spread in the magazine.
To learn more about the artistry of Anita Kunz, whose work regularly appears on the covers of
Time,
Newsweek,
The New Yorker and other magazines, and who was named one of Canada's fifty most influential women, visit her one-line
gallery.
---Hillary